Positiviteit 

Van alle dingen die ze in hem kon waarderen, was zijn positiviteit er een van. Althans, in het begin. Toen ze hem net had leren kennen. Toen ze nog op een roze wolk leefde. Ze bewonderde de manier waarop hij in het leven stond. Hij maakte zich niet zoveel zorgen over de dag van morgen. Van zich suf piekeren had hij geen last. Het leven was voor hem een uitdaging, waar hij maar al te graag zijn tanden in zette. Hij was over het algemeen een opgewekte man. Zij was minder positiviteit toe bedeeld. Toen ze hem nog geweldig vond, was dat hetgeen waar ze bij hem op kon leunen. Hij was een rots in de roerige branding.

Haar gedachten leken geen rem te hebben. Als een eeuwig durende film, ging de voorstelling maar door in haar hoofd. Om het nog een erger te maken, waren het verschillende verhaallijnen, die dwars door elkaar heen liepen. Het stopte nooit.

De constante factor van zijn opgeruimde karakter, werd een punt van irritatie bij haar. Dit was toch alles behalve realistisch? Leefde hij in een soort van schijnwerkelijkheid? Toen de tijd eenmaal aan was gebroken dat de meeste vlinders waren gestopt met fladderen, vroeg ze hem of hij wel in de realiteit leefde. Het leven was namelijk namelijk niet zo gemakkelijk, als hij deed overkomen. Zag hij dan niet in dat het leven ook zijn scherpe kantjes had? Voor hem waren deze vragen niet nieuw. Zijn luchthartige karakter, was in het verleden vaker een punt van onbegrip bij mensen. 

Op die momenten had hij vaak het gevoel, dat hij zijn levenshouding moest verantwoorden. Dat het iets verkeerds was. Deze keer besloot hij het anders aan te pakken. Hij haalde een bekend voorbeeld aan. 

"Een docent gaf een les over het leren omgaan met stress. In zijn had had hij een glas water. Het ging er niet om of het glas halfvol of halfleeg is. Hij vroeg naar het gewicht van het glas. De ene leerling antwoordde dat het 50 gram was. De ander hield het op 150 gram. De docent gaf aan dat het gewicht niet van belang was. Hoe zwaar het is, hangt voornamelijk af van hoe lang het word vastgehouden. Een paar tellen zal geen probleem zijn. Een uur zal wel heel lastig worden.  

De conclusie was dat stress en zorgen als het glas water zijn. Hoe langer je er aan denkt, hoe zwaarder het aanvoelt. Wanneer je er de hele dag aan denkt, ben je tot weinig meer in staat."

Dit voorbeeld gaf goed aan hoe hij dit beleefde. Hij was in staat om dingen los te laten, zodat hij weer verder kon. Het maakte hem mentaal weerbaar. Hij had niet de behoefte, om deze manier van leven aan te passen. Zeker, ook hij had zijn momenten dat het hem minder voor de wind ging. Maar dat glas, hij was altijd in staat geweest om het op tijd weg te zetten, nog voordat hij eronder zou bezwijken. En wat hem betreft zou dat nooit anders gaan worden. Wat andere mensen er ook van zouden vinden.

 


Venstermensen

Regelmatig rij ik langs het flatgebouw, waar ik ze zie zitten. Op de eerste etage, aan de keukentafel bij het raam. Uitkijkend op de doorgaande weg, waar ze het verkeer aan zich voorbij zien trekken.
Ik noem ze inmiddels venstermensen. Gezamenlijk zitten ze daar hun ding te doen. Hij leest de krant, zij nipt van haar kopje koffie. Soms zit hij er alleen en kijkt dan dromerig naar buiten. Ik stel me zo voor dat de venstermensen al heel lang bij elkaar zijn. Dat ze minstens vijftig jaar getrouwd zijn, een handvol kinderen en kleinkinderen hebben die hen regelmatig bezoeken. En dat iedereen in goede gezondheid is. Nu ik hen al zo vaak heb daar zien zitten hoop ik dat echt voor de venstermensen. Wat een rijk en mooi leven zou dat zijn. Zonder dat ze het zelf weten begin me ik een klein beetje aan hen te hechten.
De weg waar ze op uitkijken is levendig. Mensen van allerlei rangen, standen schuifelen voorbij. Het verkeer is soms chaotisch. Automobilisten die geen geduld hebben, halen hun voorligger in met gevaar voor eigen leven.
Sommige winkels die aan deze weg liggen zijn al meerdere  keren overvallen. Oude gebouwen hebben plaats moeten maken voor nieuwe. De scholieren staren verveeld naar hun telefoon terwijl ze wachten op de bus.

Al deze dingen vinden plaats, voor het raam van de venstermensen. Ik vraag me af met welke blik zij kijken naar de wereld daarbuiten. Zijn ze soms verbaasd over de dingen die ze zien? Nemen ze voor lief dat de wereld razendsnel aan het veranderen is? Verlangen ze naar de stad zoals deze vroeger was? In de tijd dat ze zelf jong waren?
Staat zij soms hoofdschuddend op om vervolgens een kopje koffie in te schenken. Kan hij nog wel zijn ogen geloven, wanneer hij de voorpagina bekijkt van de krant? Wat vinden de venstermensen van deze tijd?
Ik merk aan mezelf dat ik me soms verbaas over de wereld om mij heen. Hoe op verschillende manieren mensen zich asociaal kunnen gedragen. Beetje bij beetje heb ik minder zin om me af te vragen waarom sommige mensen doen, zoals ze doen.
Ook leven we in een tijd van onbegrensde mogelijkheden, toch denk ik ook wel eens terug aan vroeger. Aan de tijd waarin mijn leven een stuk kleiner was dan nu. Ik praat dan over mijn tienerjaren. De technologische middelen waren een stuk beperkter. Mijn leven speelde zich voornamelijk af binnen het dorp waar ik woonde. En dan alleen nog maar in een gedeelte daarvan. Het was allemaal erg overzichtelijk. De hoeveelheid aan prikkels waren een stuk minder. Het leven was minder vluchtig en ik was gelukkig met wat ik had.

Terwijl ik dit zo schrijf besef ik dat ik misschien wel net zo begin te praten zoals de venstermensen dat wellicht tegen elkaar doen. Kijk ik over veertig jaar eveneens uit het raam, terwijl ik weinig meer begrijp van waarin de wereld in is getransformeerd?
Ik wil geen klagend persoon zijn die van mening is dat vroeger alle beter was. Maar ik kom inmiddels tot het besef dat ik  wellicht de venstermensen beter begrijp dan de schijnbare zielloze kinderen bij de bushalte.
Terwijl ik 's avonds voorbij fiets wordt er bij de venstermensen het licht uitgedaan. Er is weer een dag voorbij. Ik stel me zo voor de krant van vandaag op de stapel oud papier ligt, de koffie kopjes zijn afgewassen en het donker en stil is in het huis van de venstermensen. Morgen is er weer een nieuwe dag die hier buiten als een sneltreinvaart aan hen voorbij gaat.

Tekening: Danuta de Vries


¨Wat kom je hier doen?¨

Verslaving is een groot maatschappelijk probleem en ook in ons werk komen we vaak in aanraking met mensen die hier onder gebukt gaan.
Sander leerde ik kennen toen hij op ons kantoor kwam voor de intake. Vanaf het eerste moment kon ik al zien dat hij een, laat ik zeggen, kleurrijk persoon was. Sander had enkele jaren op straat geleefd, verschillende woonhuizen doorlopen, werd daar weer weggestuurd wegens onbehoorlijk gedrag en kwam uiteindelijk terecht in een flatje in niet de beste buurt van de stad.
De blik in zijn ogen was een combinatie van onzekerheid en brutaliteit. Maar weinig mensen zijn te vertrouwen, wees altijd op je hoede en niemand gaat mij vertellen wat ik moet doen. Dat las ik allemaal in zijn ogen toen ik hem zo bekeek. Hij had al langere tijd de wens om zelfstandig te gaan wonen, weg van de dagelijkse begeleiding die hem (naar eigen zeggen) op de huid zat, weg van de regels waar hij zich aan diende te houden. Sander hield namelijk niet zo van regels en ging liever zijn eigen gang.

Dat hij in veel opzichten liever onafhankelijk was bleek wel uit zijn manier van leven. Hij werkte niet, had een uitkering en leefde met de dag. Naarmate de tijd verstreek bleek het zelfstandig wonen een garantie voor veel problemen. In feite was dit de kat op het spek binden, gezien zijn verslaving. Sander had nauwelijks structuur in zijn dag, hoefde niet zo nodig ergens voor op te staan en had geen dagbesteding. Het duurde dan ook niet lang voordat de woonkamer een verzamelplaats was voor lege bierblikken. Wanneer je weinig om handen hebt wordt je sneller bewust van je lichamelijke behoeftes dus het is niet vreemd dat iemand met een verstandelijke beperking, jong en werkloos is zich gemakkelijk overgeeft aan de alcohol.

Ik heb veel meegemaakt met Sander. Tevens is hij een goede graadmeter hoezeer ik zelf ben gegroeid in het werk. Was ik vroeger te licht bevonden voor moeilijke ´zwaargewichten´ als Sander, nu draai mijn hand er niet meer voor om personen als hem te begeleiden. Ik weet nog dat ik op een gegeven moment bij hem voor de deur stond en hem hoorde schelden en met spullen hoorde gooien. Tien jaar geleden had ik er wellicht voor gekozen om weg te gaan maar in dit geval had ik er geen moeite mee om hoe dan ook naar binnen te gaan. Noem het naïef maar ik had sterk het gevoel dat de agressie niet tegen mij was gericht. Later bleek ook dat zijn frustratie gericht was tegen mensen die hem het leven zuur maakte. Sander zat namelijk tot oren in problemen wat betreft drugsgebruik. Ik kwam op een avond thuis na een lange dag werken. Ik was nauwelijks binnen of mijn telefoon ging weer. Het was de politie. Of ik zo snel mogelijk naar het huis van Sander kon komen, want er had zich een incident voorgedaan en ze hadden mijn ondersteuning nodig. 

Toen ik bij zijn huis kwam was het in zijn huis een drukte van belang. Agenten, familie, buren en Sander zelf. Toen hij me zag klampte hij zich huilend aan me vast. Wat was er gebeurd? Volgens Sander was hij in elkaar geslagen door drugsdealers en waren ze hem al weken aan het lastig vallen.
Opvallend genoeg waren er geen sporen van geweld te zien maar dat hoefde natuurlijk niet te betekenen dat er niets was  gebeurd. Het was verleidelijk om mee te gaan in het verhaal van Sander maar het is daarnaast ook belangrijk om het hoofd koel te houden en niet mee te gaan huilen met de wolven in het bos. Het is goed om als begeleider je betrokkenheid te tonen en daarmee ook een signaal af te geven naar andere mensen dat er iemand is die naast de cliënt staat. Tegelijkertijd is het van belang dat er objectief naar de situatie wordt gekeken.

Het was me duidelijk dat Sander een leven leidde wat hem dikwijls in de problemen bracht. Natuurlijk wordt er dan gekeken naar de hulpverlening in de hoop dat zij hem op het rechte pad kunnen brengen. In het geval van Sander is dat lat die wel erg hoog ligt. Om maar niet te spreken van een utopie. Daarvoor ontbreekt het simpelweg aan mankracht en uren. Bovendien laat hij zich niet zomaar sturen door hulpverleners: we hebben hem niet aan een touwtje. En dus proberen we waar mogelijk hem bij te sturen en onze beperkte invloed uit te oefenen. En dan is het maar de vraag in hoeverre we daar succesvol in zijn. De agenten namen me apart en wilde weten met wie we hier te maken hebben. Ik heb mijn rol uitgelegd en in het kort geschetst wie Sander is. In een hoekje van het portiek zag ik moeder radeloos staan huilen. Ze gaf aan dat ze het niet meer wist.
Sander had eerder die avond in paniek zijn ouders gebeld en zij hebben vervolgens de politie weer ingeschakeld. Wat er precies is gebeurd blijft omgeven door raadsels. Sander gaf aan dat er twee mensen zijn appartement binnen zijn gekomen toen hij de deur opendeed nadat er werd aangebeld. Ze hadden geld van hem tegoed wat Sander niet had en dus vielen ze hem aan. Sander leeft in een milieu waarin hij kwetsbaar is voor mensen die kwaad willen en voor een man die een abonnement heeft op het maken van de verkeerde keuzes kan dit tot nare situaties leiden.

 

Enkele weken later werd ik gebeld door Sander of ik naar zijn huis wilde komen. Ik vond hem trillend en zwetend aan in zijn bed. Er was sprake van craving: een onbeheersbaar verlangen naar een verslavend middel waar je afhankelijk van bent geworden. Het was geen geheim dat hij een verleden had met drugs en deze situatie maakte duidelijk dat hij opnieuw in die bekende val was gelopen.
Hij was echt in de war en net als enkele weken eerder zag ik een klein kind in het lichaam van een volwassen man die smeekte om hulp. Hij was in een situatie beland waarvan hij zelf niet meer wist hoe hij eruit kon komen. Op een gegeven moment leek het wel alsof er vanuit het niets plotseling een voor mij onbekende man in de kamer stond. Hij vroeg aan mij: ¨wat kom je hier doen?¨ Sander reageerde als door een wesp gestoken en vertelde dat hij weg moest gaan. De man bleef even verbouwereerd staan en verliet vervolgens het appartement. Hij had me duidelijk niet verwacht en en leek te schrikken van mijn aanwezigheid. Sander vertelde dat hij iemand was die betrokken was bij het zaken die te maken hadden met drugs en geld. Later kwam de moeder van Sander binnen die inmiddels de huisarts had gesproken. Om hem te helpen bij het afkicken werd er methadon verstrekt en zouden er op wekelijkse basis gesprekken plaatsvinden met de huisarts.

Dit was voor mij een hele nieuwe situatie waarbij ik niet zomaar kon terugvallen op ervaring. Het beste wat ik kon doen was vertrouwen op mijn instincten en inschatten op welke vlakken mijn ondersteuning kon worden ingezet. Ik kon Sander niet eigenhandig van de heroïne afhelpen, ik kon hem niet beschermen tegen de mensen die hem als doelwit zagen en ik was ook niet de persoon die voor hem de keuzes kon gaan maken. Wat ik wel kon doen was zorgen dat lijnen met elkaar in verbinding waren. Sander en ik met de huisarts over het welzijn, de politie die met mij in verbinding stond, zijn bewindvoerder op de hoogte stellen over de situatie bij Sander. En natuurlijk had ik ook mijn lijn met collega´s want dit zijn zaken die je absoluut moet delen met mensen uit het team. Ik werk veel alleen maar dat betekent niet dat ik niet constant in verbinding sta met de mensen om mij heen.
Het was tevens mijn taak om dit incident te melden bij hogerhand. De risico´s die Sander dagelijks loopt zijn groot maar ook ik bevond mij in de gevarenzone. Wat nu als de man die werd geconfronteerd met mijn aanwezigheid niet was weggevlucht maar besloot de aanval in te zetten? Ik ken Sander goed maar het had zomaar gekund dat hij zich in zijn radeloosheid zich tegen mij had gekeerd. Uiteindelijk was ik daar maar alleen in een situatie die behoorlijk onvoorspelbaar was.

Het verhaal van Sander gaat maar door en eindigt niet bij zijn verslaving. De methadon slikt hij nog steeds maar hij is op het moment van schrijven wel af van de heroïne. Aan de andere kant is er het dagelijkse alcoholgebruik en heeft hij een celstraf uitgezeten voor winkeldiefstal. Bij zijn aanhouding heeft hij zich hevig verzet en moest zich uiteindelijk verantwoorden voor de rechter. Ik was aanwezig bij de zitting en de hele wereld was schuldig behalve Sander zelf.

In eerste instantie was het de bedoeling dat hij een taakstraf zou gaan uitvoeren maar de reclassering kon geen geschikte plek voor hem vinden en dus werd hij op een gegeven moment van zijn bed gelicht en meegenomen. Na een aantal weken kreeg ik een telefoontje dat hij weer thuis was. Hij was in een opperbeste stemming, omdat hij de tijd dat hij had gezeten heeft ervaren als een verblijf in een luxe hotel. Hij had elke dag eten en drinken, er werd goed voor hem gezorgd en ook niet onbelangrijk, hij was afgekickt van de alcohol. Tenminste, voor die periode. Sander is een verslaafde die nooit helemaal los kan komen van het middel en momenteel drinkt hij weer zoals destijds.

Ik kan naast Sander blijven staan, een aanspreekpunt zijn voor instanties en proberen hem hier en daar bij te sturen in de hoop dat hij niet in zeven sloten tegelijk loopt. Maar ik besef dat mijn invloed beperkt zal zijn en hij uiteindelijk over zijn eigen keuzes gaat. Ook dat is een onderdeel van mijn vak: accepteren dat je mensen niet altijd kunt behoeden voor de valkuilen die op de loer liggen. 

 


Wegwijzers

Weer een jaar ouder geworden. De zon doet vandaag op een optimistische manier mee en ik besluit naar buiten te gaan om een frisse neus te halen. De tijd is tekort om tijdens deze wandeling alle hoogte en dieptepunten als een film voor mijn ogen af te spelen. En zelfs al zou ik daar alle tijd van de wereld voor hebben, dan nog zou ik het niet willen. Ik vind het veel interessanter om vooruit te kijken. Maar het verleden legt nu eenmaal de basis voor de toekomst. Het een is onlosmakelijk verbonden met het andere. Waar ik wel nieuwsgierig naar ben, zijn de lessen die ik heb geleerd. Ik wil mezelf zeker niet voordoen als een moraalridder. Ik heb niet de wijsheid in pacht en ik heb de nodige tekortkomingen. Maar ik heb veel geleerd in de loop der jaren. Over mezelf, over de weg naar geluk, over andere mensen. Ik merk dat ik me beetje bij beetje vast ben gaan houden aan een aantal 
wegwijzers waarvan ik vind dat ze belangrijk voor me zijn. Ze zijn niet onveranderlijk, zoals een mens dat ook niet is. Maar ze zijn in deze fase van mijn leven een houvast en dat voelt nu eenmaal goed.
Dat ik expres naar buiten ben gegaan is geen toeval. Ik hou ervan om in de buitenlucht te zijn, om te bewegen. Het maakt mijn hoofd vrij voor gedachten die wachten om erkend en gehoord te worden. Het is zowel inspirerend als gezond. Een voorbeeld van een wegwijzer die ik tijdens deze wandeling tegenkom: ´bewegen´.
Ik denk aan de mensen die ik ken, ze  zijn een komen en gaan in mijn leven. Sommige zijn als engelen en anderen zijn soms als een last voor de ziel. Het is een goed recht voor iedereen om je te omringen met mensen die je aanvullen, mensen waar je je goed bij voelt. Het is ook een recht om die mensen te vermijden die je energie kosten of die je verder niet zoveel opleveren qua levensgeluk. Na veel ervaringen rijker te zijn geworden is dat een wegwijzer die me tijdens deze verjaardagswandeling boven komt drijven.
Meer dan ooit ben ik er van overtuigd dat ik de dingen moet doen die mij gelukkig maken en ik hoef me er niet schuldig over te voelen. Als ik weet wat goed voor me is, dan is dat een kans die ik moet benutten. Als ik weet wat mij levensgeluk breng dat is het een zogeheten schot voor open doel. En in alle eerlijkheid, ik geloof niet dat ik met het benutten van kansen andere mensen tekort doe met het geven van aandacht. Het is een streven om zowel mijn eigen dromen te kunnen najagen en daarnaast een goede broer, vriend en collega te kunnen zijn.


Het zijn allemaal wegwijzers die ik tijdens de wandeling tegenkom. ´Empathie´, ´sociaal´. Ik zie ze niet letterlijk staan maar ze komen wel op in mijn gedachten. Zomaar wat voorbeelden van dingen die ik heb geleerd. Ik besluit nog wat verder door te lopen voordat ik terug ga. Ik kom borden tegen met termen als 'nieuwsgierigheid', en 'zelfontplooiing'. Al met al is het een wandeling om niet snel te vergeten.
Het is een van voordelen van ouder worden. De wijsheid komt, mits je ervoor open staat, met de jaren. En mocht ik daar nog aan twijfelen, dan is daar wel het bordje wat ik als laatste tegenkom, met de tekst 'leren van je fouten'.
Mijn richtingsgevoel heeft me weer de weg naar huis gewezen. De wegwijzers die ik onderweg tegen ben gekomen brengen me overal waar ik wil zijn.


Tekening: Danuta de Vries


Het vrije woord

Voor een schrijver is het soms een opgave om de juiste woorden te vinden. Wat ik denk is één ding. Om het vervolgens op papier te zetten is weer iets anders. Maar wat de uitkomst ook is, ik heb er over nagedacht en het van verschillende kanten proberen te belichten. Het is een samenwerking geweest tussen mijn buik (gevoel) en mijn verstand (rede). Ik kan bijvoorbeeld niet goed tegen onrecht. Wanneer er journalisten worden opgepakt, omdat ze slechts hun mening hebben gegeven dan kan ik daar boos om worden. Boosheid de vrije loop laten, is niet per definitie slecht. Maar de kans, dat ik daarmee genuanceerde woorden uit mijn pen weet te toveren, is niet groot. Tenzij ik mezelf de tijd gun om ook het verstand aan het woord te laten. Dan kan ik nog steeds uiting geven aan mijn boosheid maar kan ik het daarna wel beter beargumenteren.


Momenteel is de term `vrijheid van meningsuiting´ weer een ‘hot item’. Eigenlijk is het altijd een gevoelige kwestie geweest, maar zo nu en dan steekt het de kop op. Omdat er weer iets gezegd of geschreven is wat een groep mensen raakt.
Vrijheid van meningsuiting. Het zou een vak op school moeten zijn. Zoals je leert rekenen en schrijven, zouden mensen ook moeten leren, hoe om te gaan met het vrije woord. Er wordt wel eens gezegd dat vrijheid van meningsuiting een verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Daar ben ik het helemaal mee eens. Je kunt van alles vinden maar de vraag is hoe je het dan verwoordt. Is het vrije woord als een auto, die met hoge snelheid over de weg heen raast en zich niets aantrekt van andere weggebruikers? Of is het een auto, waarvan de bestuurder zich aan de snelheid houdt en de andere automobilist de ruimte geeft om in te voegen?
Het is een discussie die nog lang gevoerd zal gaan worden, nu de maatschappij alleen maar meer divers en daarmee ook gecompliceerder wordt. Mensen van verschillende culturen, rangen en standen brengen een achtergrond met zich mee, die in conflict kunnen raken met andere mensen.


Maar wat een mening ook is, vrijheid heeft zijn spelregels. Wanneer iemand ongelimiteerd van alles zegt, met een aaneenschakeling van scheldwoorden en ongenuanceerde uitspraken, dan plaatst die persoon zich buiten de discussie. Of daar ver beneden en niet goed genoeg bevonden wat mij betreft. Bedankt voor het meedoen, maar ongeschikt.
Op sociale media hebben de mensen alle gelegenheid om te zeggen wat ze willen. Mensen wiens vocabulaire niet groter is dan het benomen van bepaalde ziektes, kunnen daar hun gal spuwen. Voor hen vind ik het jammer dat het vak vrijheid van meningsuiting nooit gegeven is. Of dat vermoedelijk hen thuis enig fatsoen nooit is bijgebracht. Niet dat je het recht niet hebt, om je zo te uiten maar het respect en het begrip van andere mensen wordt zo wel teniet gedaan. Als dat al iets uitmaakt voor deze mensen.

Dictators in landen als Turkije en Syrië hebben het niet alleen op deze mensen voorzien. Ook mensen die wel in staat zijn om kritiek zo te verwoorden dat er ruimte is voor een weerwoord, zijn maar al te vaak staatsgevaarlijk. De pen is nog steeds een machtig wapen. Je moet wel weten hoe je het moet hanteren. Niet om heilige huisjes voorzichtig te omzeilen maar wel om op een waardige manier te verwoorden, waar honderden jaren voor is gestreden. Zeggen wat je denkt, moet dus kunnen. Geen denkpolitie die daar iets aan kan veranderen. Maar om de tijd te nemen om iets te zeggen kan echt geen kwaad. Daar kunnen mooie dingen uit voortkomen. Je staat dan sterker bij het verdedigen van je woorden. De woorden die de zinnen vormen die je zo zorgvuldig hebt weten te creëren.


Over de zin van het leven

Net zoals voor iedereen is het leven voor mij een doorlopend leerproces wat geen einde lijkt te kennen. Naarmate ik ouder wordt en steeds meer mensen de revue passeren is het alsof ik steeds hoger op de trap kom te staan en bepaalde dingen ook steeds duidelijker worden dan dat ze ooit zijn geweest. Ik zie vroegere versies van mezelf op lagere treden staan, worstelend met de vragen van toen. Vragen waar ik nu wel een antwoord op denk te hebben. Let wel, denk te hebben. Want een van de lessen die geleerd heb is dat waar ik vandaag zeker van ben morgen anders kan zijn. Het heeft me veel gebracht dat bepaalde zekerheden niet in beton zijn gegoten maar door invloeden van buitenaf en persoonlijke ontwikkeling kunnen veranderen. Bijvoorbeeld het idee dat ik andere mensen moet vertellen wat wel en niet goed voor ze is. Ooit dacht ik dat het aan mij was om ze dat bij te brengen maar van dat idee ben ik nu wel afgestapt. Ook het leren omgaan met emoties is iets wat ik heb moeten leren. Wat dat betreft ben ik dankbaar voor de mensen die op mijn pad zijn gekomen, ze hebben mede geholpen de buitenste schillen helpen af te pellen om zo tot de kern te leren komen.
De kern van wie ik ben en de kern over de zin van het leven.

Als je het wetenschappelijk bekijkt dan zou je kunnen zeggen dat het in stand houden van je eigen soort de zin van dit alles is. Evolutionair gezien heb ik er belang bij dat ik mijn DNA doorgeef aan een volgende generatie. Maar als je het op die manier ziet is dat best een leeg bestaan want dat zegt niets over de daadwerkelijke invulling van mijn leven. Ik ben namelijk niet continue bezig om mijn dna door te geven en dat is gelukkig niet hetgeen waar mijn leven om draait. De invulling is voor een ieder weer anders maar in mijn geval is persoonlijke groei erg belangrijk. Nogmaals, mijn essentieel is niet de essentie van een ander. Iemand kan bijvoorbeeld zijn of haar hele leven gebouwd hebben om het creëren van een gezin en daarnaast niet zoveel uitdagingen hebben. Dat is prima, er zijn geen vaststaande regels voor wat zinnig is en wat niet.

Er is nog iets anders wat het leven voor mij zin geeft en dat is het doorgeven van het licht.
¨Behandel een ander zoals jezelf behandeld wilt worden¨. Ik niet precies aangeven wat het moment is geweest waardoor deze uitspraak voor mij is gaan leven. Het is een sluimerend proces geweest wat zich langzamerhand meester van mij heeft gemaakt. Mijn werk als hulpverlener zal daarbij ongetwijfeld een rol in hebben gespeeld maar ook op persoonlijk vlak ben ik natuurlijk niet stil blijven staan.
We moeten ook niet heel zwaar tillen aan het belang van ons bestaan. Mijn voetafdruk zal niet voor altijd in beton gegoten zijn en hoe het ook met de mensheid zal aflopen, het universum trekt zich er niets van aan. Op kosmische schaal zijn wij totaal niet belangrijk. Maar hoe nietig de mens ook is, ik vind het wel belangrijk om in dat relatief nietige en vergankelijke leven geluk en significantie na te streven. Op zich is dat ook al een mooi levensdoel.

 

Er was een tijd dat ik geloofde dat God aan de basis stond van het leven en dat het God was waar ik ook na mijn dood naar toe zou gaan. Ik heb dat idee langzaam maar zeker los gelaten. Het idee dat een schepper een plan heeft gehad met deze wereld staat nu ver van mij. Wel geloof ik in het goddelijke in jezelf, streven naar de beste versie van en dat je daardoor ook goed voor anderen kunt zijn. Dat bedoel ik met het doorgeven van het licht. Investeer in kennis over jezelf, over de wereld zoals deze was en is. Streef naar groei en zorg goed voor jezelf, relativeer, wees authentiek en haal je schouders zo nu en dan op over dingen. Wees dankbaar en bescheiden.
Dit is wat ik probeer te bereiken. Het doorgeven van hetgeen wat ik heb mogen ontvangen via andere mensen. Op deze manier zin geven aan het leven is een vorm van zingeving die mij wel bevalt. 


Een ontmoeting met mezelf

Vanaf de ingang van de supermarkt was het niet ver meer. Even doorlopen naar de weg en vanaf daar had je uitzicht op de speeltuin. De speeltuin waar ik meer voetstappen heb liggen dan waar dan ook. Als ik mezelf ergens zou kunnen vinden dan was het daar wel. Een andere plek was het schoolplein maar daar was niemand te bekennen. Het lag er verlaten bij en het enige geluid was dat van de bladeren die werden meegenomen door de wind.

Daarvoor had ik mijn geluk nog beproefd bij het plaatselijke busstation maar aangezien het vandaag zondag is en er weinig bussen rijden leek me dat ook niet voor de hand liggend. En inderdaad, het busstation lag er verlaten bij. Geen groepjes mensen waar ik altijd tussen stond te wachten, geen voorbij zoevend verkeer, geen fietsers die onderweg waren naar waar dan ook. Ook hier was ik niet te vinden.
En dus liep ik twintig minuten richting het noorden, naar de plek waar ik was geboren en waar ik het grootste gedeelte van mijn jeugd heb doorgebracht. Voorbij het schoolplein, langs de supermarkt richting de speeltuin. Langs huizen die ik me nog herinner uit mijn jeugd, lopend over stoeptegels die mij jaren eerder hebben gedragen en dat nu weer doen.
De weg oversteken, de brug over en met elke stap kwamen de zandbak, het klimrek en de schommels steeds dichterbij. Daar op een van de bankjes zag ik iemand zitten en al snel herkende ik het rode shirt, de blauwe korte broek en het platte blonde haar. De zoektocht was ten einde want daar zat ik dan.
Ik weet nog dat ik vroeger erg verlegen was en dus hield ik afstand. De kleine ik zat in de zon met een krijtje in zijn hand tekeningen te maken op het bankje. Tot nu toe ziet hij me niet want de kleine ik leek op te gaan in zijn eigen wereld, zich niet bewust van wat er om zich heen gebeurde.

Het was op een bepaalde manier ontroerend om mezelf zo te zien zitten, wetende wat hij nog allemaal zou gaan beleven. De fouten die hij zou maken, de mensen die hem zouden kwetsen.
Een diep verlangen maakte zich meester van mij om hem te waarschuwen voor alles wat deze jongen nog te wachten stond. Ik wilde als het ware naar hem toe lopen, naast hem gaan zitten en de grote lessen van het leven geven. Maar bijna tegelijkertijd bedacht ik me, want wat zou het gaan uithalen. De jongen die daar zat was nauwelijks ouder dan een jaar of zes dus hij zou niks begrijpen van wat ik zou zeggen. En dus besloot ik dat ik mijn afstand zou bewaren en hem zelf zijn lessen zou laten leren. Zonder de hulp van mijn ervaringen.
Ik ging zitten in het gras op ruime afstand van de jongen die later de man zou worden die ik nu ben. Hij keek op en zag me zitten. Toen we elkaar aankeken hief ik mijn hand op en zwaaide. De jonge ik leek even te twijfelen maar zwaaide vervolgens terug.
Toen stond hij op liep weg. Op weg naar de toekomst, op weg naar de meeste van mijn herinneringen. Ik had hem zoveel willen vertellen, ik had hem voor zoveel dingen willen behoeden maar al is mijn leven het zijne, toch is het niet aan mij om het verschil uit te leggen tussen wat goed is en wat niet. Het is niet aan mij om hem te sturen in zijn keuzes.


De kleine ik is inmiddels uit het zicht verdwenen. Vermoedelijk op weg naar een van zijn vriendjes die wonen in de buurt. Dezelfde vrienden die hij jaren later uit het oog zou verliezen omdat dat nu eenmaal gebeurt. Mensen komen en gaan en je kunt ze niet allemaal bij je houden, want de paden die je bewandelt lopen soms evenwijdig maar vaak ook niet.
Ik besluit mijn weg te vervolgen, de weg naar mijn eigen wereld van vandaag de dag. Op weg daar naar toe denk ik aan de kleine ik en alles wat hem nog te wachten staat, aan dat alles wat voor mij in het verleden ligt. Zoals bij een ieder zal ook voor hem het leven soms goed gezind zijn en soms zou het hem pijn doen. Maar als hij over tientallen jaren weer op deze plek is, zou hij beseffen dat het allemaal niet voor niets is geweest en dat hij nu eenmaal een tevreden man is. 

 


Golven die omarmen

Na een zomer vol dramatiek en verdriet, besloot hij dat tijd was om er voor een paar dagen tussenuit te gaan. Lang nadenken over zijn bestemming hoefde hij niet. Hij zou zijn koffer pakken en vertrekken naar een van de Waddeneilanden. Als er ergens een plek was om tot rust te komen, dan was het daar. Zee, strand, bossen, pittoreske dorpen en vooral heel veel stilte. Ideaal voor hem met de gemoedstoestand die hij toen had. Spontaan had hij zijn verblijf geboekt en een paar dagen later vertrok hij. Onderweg met trein, bus en boot met een van de mooiste plekken in Nederland als eindbestemming.

Eenmaal aangekomen gooide hij zijn koffer op het bed. Zin om uit te pakken had hij niet maar het vooruitzicht om straks voor even te mogen verdwijnen in de bossen, was een mooie stok achter de deur. De daaropvolgende dagen maakte hij lange wandelingen, zonder iemand tegen te komen. Weilanden gingen over in bossen. Bossen gingen over in duinen. Het was net zo rustgevend als wonderschoon. Hij was letterlijk ver verwijderd van het toneel waar het drama zich had afgespeeld. Weglopen van je gevoelens had hij nooit gekund. Hij nam ze dus met zich mee om ze hier op het eiland te filteren. Zoals sneeuw smelt in de zon, zo ging ook de inwendige storm liggen, door de kalmte die het eiland uitademende. Negatieve emoties leken meegenomen te worden door de wind. Tijdens de wandelingen was hij vaak in gesprek met zichzelf. Over hoe dit allemaal had kunnen gebeuren, wat hij goed had gedaan, wat hij voor een volgende keer niet moest vergeten en het belangrijkste; hij dacht aan de toekomst.
Wat die toekomst ook brengen zou, hij wist dat hij de sleutel tot gelukkig zijn zelf in handen had. Ongeacht wat andere mensen ervan zouden vinden. Hij zou doen wat hem kon helpen, de weg naar boven weer te vinden. Als dat betekende, dat hij zich een paar dagen zou opsluiten op een eiland, dan was dat maar zo.

De uitwerking van het alleen zijn stelde hem niet teleur. De laatste jaren was hij regelmatig te vinden op een van de eilanden en dit bezoek, bevestigde alleen maar waarom hij er zo graag kwam. Op zoek naar rust en hij vond rust. Op zoek naar positiviteit en hij vond het.
Na enkele dagen, toen hij terug was op het vaste land, voelde hij zich blij en de bevestiging dat hij de juiste keuze had gemaakt, deed zijn zelfvertrouwen goed. De weg was nog lang en niets ging zonder vallen en opstaan. Maar de wind op het eiland had hem in de juiste richting geduwd. De golven die het eiland al die tijd omringde, hadden daar zijn ziel omarmd.

Tekening: Danuta de Vries


De nieuwe werkelijkheid

De wereld kende vele pijnen. Op sommige plekken waren de pijnen heviger dan op andere. Maar het leek alsof de pijn zich overal op aarde had verspreid. Het vuur van brandhaarden deed de aarde verschroeien. Het rook van bombardementen gaf de lucht een grijze kleur. Woorden van haat maakten de ogen van mensen donker. Te midden van het geweld om zich heen, besloot hij dat het zo niet langer kon. Er moest iets gaan gebeuren en dus trok hij erop uit. Hij kon nauwelijks bevatten dat niemand nog op het idee was gekomen. Met alles wat er gaande was in de wereld, was de oplossing even radicaal als logisch. Wat kon hij anders doen dan dat? Veel te lang waren er mensen geweest, die de andere kant op hadden gekeken. Veel te lang hadden de explosies plaats kunnen vinden, zonder dat iemand naar voren durfde te stappen en de leiding nam. Omwille van het goede. Omwille van het leven. En dus ging hij op weg. Om te doen wat er simpelweg gedaan moest worden. De weg naar zijn eindbestemming was lang en niet gemakkelijk. Onderweg vertelde hij mensen over zijn plannen. Zij verklaarde hem voor gek. Sommige probeerde hem zelfs tegen te houden maar ergens begreep hij hun ongerustheid wel. Wat hij zou gaan doen, zou ieder zijn leven over de hele wereld beïnvloeden. Ook die van de mensen die goedwillend waren maar het was al veel te laat om het kaf van koren te scheiden. Het was alles of niets. Andere mensen hadden weer grote bewondering voor hem. Hij ging namelijk iets doen wat maar weinig andere mensen zouden durven te doen.

De reis kende vele ontberingen. Het gevaar van het vele geweld lag altijd en overal op de loer. In de verte hoorde hij het geschreeuw van wanhoop. Hij doorkruiste kolkende rivieren van tranen. Stormen van woede deed hem wankelen maar zijn vastberadenheid hield hem overeind. Na een lange reis kwam hij uiteindelijk bij een grote open plek. Zijn doel was in zicht. In het midden van de open plek stond een paal. Op die paal was een grote rode knop bevestigd. Ernaast stond een bordje. Zowel het bordje als de paal waren ingepakt door mos en takken. Alsof hier al jaren niemand meer geweest was. Hij moest moeite doen om het bordje te kunnen lezen, ook al wist hij heel goed wat er stond. "Alleen de rode knop gebruiken bij extreme uitzichtloosheid, overal ter wereld." Voor even stond hij aan de grond genageld. Niet dat hij twijfelde over zijn daad.

Maar dit moment was te bijzonder om er niet even bij stil te staan. Hij was zich heel goed bewust van wat hij zou gaan doen. De spanning bouwde zich op in zijn lichaam. Zijn hart bontste zijn keel. De adrenaline spoot bijna uit zijn oren. Hij deed een stap naar achteren. Hij balde zijn vuist en stak zijn arm in de lucht en met een grote schreeuw plofte zijn vuist op de rode knop. De paal kraakte onder geweld en de splinters braken af maar het kraken een armetierig schouwspel in vergelijking met wat er toen gebeurde. Met een enorme kracht werd hij meters de lucht in geslingerd om even verderop met een grote klap neer te komen. Zijn botten begaven het bijna. De wereld was tot stilstand gekomen. Waar het dag was, bleef het dag. Waar nacht was, bleef het donker. Oogsten zouden mislukken,mensen en dieren zouden spoedig sterven. De zon hield zich bevroren schuil achter een wolk. Veroordeeld om voor altijd op die plek te blijven staan. Lopen kon hij niet meer.

Overmand door emoties lag hij daar in het hoge gras, met hoofd in zijn armen begraven. Uren gingen er voorbij. Als dit betekende dat hij hier en nu het leven zou laten, dan was dat maar zo. Maar zijn laatste daad zou een van beste zijn geweest. Hij viel in slaap om na een paar uur wakker te worden. Zijn lichaam herinnerde hem eraan dat hij honger en dorst had. Hij schrok want naast hem zat een jonge vrouw. Met grote bewondering in haar ogen keek ze hem aan. "Ik ben hier niet gekomen om je te veroordelen", zei de vrouw. "Ik ben hier gekomen om te zeggen dat ik je heel moedig vind. Overal ter wereld zijn de vuren gedoofd. Mensen zijn gestopt met wat ze aan het doen waren. De nieuwe werkelijkheid heeft hun leven overgenomen." "Goed zo", zei hij. "Ik wilde doen wat het beste was. Namelijk iedereen laten weten dat het tijd is om opnieuw te beginnen. Het spijt me van het leed wat ik heb veroorzaakt. Maar het leed tot nu toe was velen malen groter. Het is tijd voor een nieuwe start". En met die woorden sloot hij zijn ogen. Ze begreep maar al te goed wat hij bedoelde. Zijn levenloze lichaam liet ze waar het al die tijd had gelegen. Als herinnering aan zijn heldendaad. Toen ging ze op weg, de wijde wereld in, om zijn boodschap te verspreiden. Zodat men van de nieuwe werkelijkheid, deze keer het beste zou proberen te maken.

 

Tekening: Danuta de Vries