Gepaste bescheidenheid

Zolang ik me kan herinneren, heb ik interesse gehad in sterren en planeten. Ik heb me altijd verbaasd over het universum en alles wat
er in bestaat. Ik heb heel wat uren versleten in de bibliotheek en de nodige spreekbeurten gehouden op school. Er was zoveel stof tot
delen. Wanneer iemand iets vroeg over een planeet of een ruimtesonde, dan was ik maar wat graag bereid om daar over te
vertellen. Kortom, ik ging er helemaal in op.
We hebben er vaak niet eens een besef van, omdat we veel te druk zijn met de waan van alle dag. Ondertussen voltrekt zich ver boven onze hoofden geruisloos het ene mooie schouwspel na het andere. 
De Orionarm, de asteroïdengordel, Magelhaense wolken, de kometen, planeten en al hun manen.


Toen ik ouder werd ging ik de dingen die ik las, afzetten tegen dingen ik hoorde uit de mond van mensen. Dat de mens geschapen is
naar het evenbeeld van God. Hoe kunnen mensen nu zeggen dat we geschapen zijn naar het evenbeeld van een Schepper als we niet eens een idee hebben wat onze plek is in het universum? Wie denken we wel dat we zijn? Ik denk dat alleen kennis daar een duidelijker antwoord op kan geven. De heilige boeken zijn op verschillende terreinen ingehaald door de wetenschap. Die kennis die daar in staat, houdt niet langer stand met wat we vandaag de dag weten over het heelal. De aarde is niet plat en ook niet het middelpunt van het universum. De zon draait niet om de aarde. Het perspectief van wie we zijn hangt samen met de zoektocht naar de vraag over onze plek in het heelal.


De beste houding die we volgens mij aan kunnen nemen is verwondering en bescheidenheid. Daarmee doen we volgens mij meer recht aan wat we zien en ontdekken, in plaats van het op te hangen aan een Schepper. Door kennis op te blijven doen over het heelal drijf ik meer en meer weg van de mensen die zeggen dat het een god is geweest die het allemaal heeft bedacht en
gecreëerd. De wetenschap stelt zichzelf continue vragen om daarmee het antwoord op de vorige vraag weer aan te passen. Dat is wetenschap in al zijn bescheidenheid. Religie zou daar een voorbeeld aan kunnen nemen. 


Zomergast

Het is een zomeravond en ik kan de slaap niet vatten. De hitte heeft zich vrijwel de gehele dag meester gemaakt van deze stad. Het is bloedheet in mijn slaapkamer en de ramen staan tegen elkaar open. Beetje bij beetje vindt de hitte zijn weg terug naar buiten maar de uitwisseling van warmte en koelte gaat veel te langzaam. Ik draai me tientallen keren om in verschillende posities maar dat helpt allemaal niet. Het is niet dat ik zorgen heb. Het lukt me simpelweg niet om in slaap te komen. Ik ben te wakker. En dat een hond op straat aan het blaffen is helpt ook al niet. Het baasje van de hond roept luidkeels dat de hond naar haar toe moet komen. Ze beseft toch ook wel dat het op deze manier niet gaat werken? Lijn dat beest dan toch gewoon aan! Ik besluit nog wat te gaan lezen. Het boek lijkt naast mijn bed te liggen alsof ik wist dat ik niet in slaap zou komen.

De climax in het verhaal leidt me beetje bij beetje naar het einde van het boek. Maar ik bewaar de ontknoping voor morgen. Niets is zo leuk als het spannendste moment van een boek te bewaren voor een later moment. Of dat laatste stukje van een chocoladereep. De wetenschap dat er iets leuks voor je in het verschiet ligt, maakt de kwaliteit van het leven er op dat moment beter op, daar ben ik van overtuigd. Of nog leuker: vergeten zijn dat je de chocolade nog had liggen en je het dan ineens herinneren. Ik stap uit bed en kijk vervolgens wat televisie. Niet veel soeps. Het enige wat me kan boeien zijn de herhalingen van het journaal en wat trailers van programma's die er aan gaan komen. Het is duidelijk komkommertijd. Ik ga vervolgens terug naar bed om weer proberen te gaan slapen.

Ik denk na over wat ik gezien heb op de televisie. Het journaal liet me demonstraties zien van over de hele wereld. Brazilië, Egypte, China...mensen komen in opstand tegen het beleid van hun regering. Oh ja, morgen is het overigens weer opnieuw drukkend warm, voorspelde de weerman. Na het journaal volgde er een aankondiging van het programma “Zomergasten”. Op de een of andere manier is er ieder jaar veel aandacht voor wie de gasten zijn en wie het presenteert. Terwijl het alleen maar weer een interview programma is. Is dat zo bijzonder? Ik beloof mezelf het antwoord op die vraag eens op te gaan zoeken. Ondertussen beeld ik me in dat ik een van de gasten ben die daar in de stoel zit. De gedachte maakt dat ik er een beetje om moet glimlachen. Waarom zou een eenvoudige man als ik het programma op kunnen vullen van drie uur lang? Maar belachelijk of niet: de gedachte zet zich door. Ik geef mijn mening over het politieke klimaat in Nederland. Dat ik me erger aan het politieke systeem: de coalitievorming. Dat er op die manier weinig overblijft van de partij waar je op hebt gestemd. Hoe kunnen uiterst linkse en uiterst rechtse partijen nu met elkaar gaan samenwerken, terwijl in de campagne blijkt dat hun opvattingen van elkaar verschillen als dag en nacht? Ik geef de PVV ervan langs. Dat Geert Wilders het woordje nuance waarschijnlijk niet kent. 

Maar er is ook ruimte voor positiviteit. Mooie muziek komt er voorbij. Ik vertel dat Johnny Cash´ “For the good times” een van de mooiste vertolkingen ooit is van dat liedje en “Blue Bayou” van Roy Orbison een van de beste nummers ooit geschreven. De muziek klinkt door de studio en de presentator kan zijn tranen nauwelijks bedwingen.
Het komt allemaal voorbij. Televisie momenten die de geschiedenisboeken zijn ingegaan. De Arabische lente, de val van de Roemeense dictator Ceausescu en de eerste maanlanding. Terwijl ik aan het vertellen ben, zwakt de kracht van mijn stem steeds meer af. De lichten in de studio doven langzaam en het beeld gaat beetje bij beetje meer op zwart. De slaap heeft mij eindelijk dan toch gevonden en tot de ochtend geef ik nergens meer mijn mening over. 

Wanneer ik wakker word kan ik me nog vaag herinneren waar ik het over heb gehad toen ik de slaap nog niet kon vatten. Ik besef dat deze uitzending niemand ooit te zien zal krijgen. Maar het was een leuk middel om in slaap te komen. Ik was voor een keer een “Zomergast”. In mijn eigen slaapkamer wel te verstaan. En als ik vanavond weer niet kan slapen, schuif ik opnieuw aan in de studio. Ik was immers nog niet klaar met mijn verhaal.


De belofte van Iona

Ik nam het vliegtuig, toen een trein, vervolgens nog een trein, toen een boot, toen stapte ik in de auto om vervolgens via een pont mij naar het eiland te laten vervoeren.

Het loont om dagenlang onderweg te zijn naar een bestemming die ik gerust bestempel als een van de mooiste waar ik tot nu toe ben geweest. Ik had het gevoel alsof ik aan het einde van de wereld terecht was gekomen, waar tijd slechts een bijzaak is op een plek die zich niets lijkt aan te trekken van de rumoerige wereld die zich daar ergens aan de overkant van het water bevindt. Een stad als Parijs of Londen bezoek je. Het Schotse eiland Iona, daar ben je te gast. 

Plechtig begeef ik me door de gangen van het klooster en nergens zoveel als hier beklijft mij het gevoel dat ik een passant ben uit een andere tijd, een genodigde die het genoegen heeft om hier te zijn. Voor even voel in een scheut van heimwee terwijl ik hier pas koud een half uur ben. Mijn gevoel loopt alvast vooruit op de zaken en ik denk aan de persoon die ik dit alles wil laten zien. Ik zie ons hier al lopen en mijn enthousiasme wordt alleen maar groter op het moment dat de zon het contrast van het landschap nog meer versterkt. Het groen van de heuvel versus het blauw van de lucht. Het wit van de wolken versus het blauw van het water.

Ik heb een voorliefde voor eilanden en ook bij Iona heb ik direct het gevoel van verbondenheid. Eilanden hebben geheimen die ze niet direct prijs lijken te geven voor de mensen die hier maar voor even zijn. Eilanden zijn geïsoleerd, op een romantische manier eenzaam, tevens eigenwijs, en creëren een betoverende sfeer waar ik steeds maar weer in ondergedompeld wil raken. 
Ik zit uren aan het strand en zie hoe de golven op de golven blijven beuken. Een ritmisch spel wat zich al eeuwen lang herhaalt. Ik voel de graslanden onder mijn voeten en door het ongerepte karakter voel ik me veilig en voel ik me thuis, ook al ben ik dat niet maar zou ik dat wel willen zijn. Heuvels worden vlaktes, vlaktes veranderen in weggetjes. Weggetjes komen aan in dorpjes en dorpjes herbergen mensen die het voorrecht hebben om te zeggen dat ze hier wonen.
Een dag lang dwaal ik hier rond maar het is te kort. In gedachten doe ik Iona een belofte en dat is dat hier terug ga komen.
Dan gaan we hier dagen verblijven, de zon onder zien gaan en haar weer zien herrijzen. Dan zullen we ook voor even ervaren dat tijd ondergeschikt is aan wat dan ook en dat alleen de kracht van het ervaren maakt dat we voelen dat we echt leven.
Dat is een belofte die ik waar wil gaan maken. Iona wacht op ons.


Heartbreak Hotel

Hij stond daar tegen zijn zin in maar hij kon niet ontkennen dát hij er nu eenmaal stond. Met in zijn ene hand het handvat van zijn rolkoffer en in zijn andere hand zijn telefoon waar de reservering in te vinden was.
Het gebeurde hem niet vaak dat hij tegen zijn zin in op vakantie gaat maar het was hem ontegenzeggelijk al enkele keren overkomen. De laatste keer was enkele jaren geleden maar hij wist nog precies waar hij zijn koffer had verstopt. Dus toen het moment daar was om zijn kleren bij elkaar te gaan zoeken haalde hij zonder moeite zijn koffer uit de hoek van de schuur, verstopt achter een paar verhuisdozen.
Aan de koffer zat nog een label van zijn vorige bezoek van het Heartbreak Hotel. Hij herinnerde zich nog precies de omstandigheden uit die tijd, hoe hij zich voelde en de tijd die het hem kostte om de draad weer op te pakken. Maar dat was toen en hij leefde vandaag al waren er wel een paar overeenkomsten. De bal van modder die hij voelde rond zijn hartstreek voelde net zo zwaar als toen en ook nu had hij geen idee hoe lang zijn verblijf in het hotel zou gaan duren. Het kon een week zijn, twee weken, een maand.
Hij wist het niet dus toen hij zijn voordeur op slot had gedraaid en naar zijn auto liep ging hij op pad met flink wat bagage. Zowel geestelijk als fysiek. 


De route naar het Heartbreak Hotel was bekend. Hij reed naar de plek waar nagenoeg geen geluid te horen was. Voor veel mensen zou de stilte een heerlijk vooruitzicht zijn maar in het Heartbreak Hotel werd dit doorgaans als minder prettig ervaren aangezien mensen dan met hun eigen gedachten werden geconfronteerd. In dit stadium van zijn leven wilde hij daar liever niet aan toegeven. Maar regels zijn regels en in het Heartbreak Hotel is het verboden om naar muziek te luisteren, naar de televisie te kijken (en dus is er in het hele gebouw geen televisie te vinden) en bij binnenkomst word je geacht je telefoon in te leveren bij de receptie. De nors kijkende receptioniste (zij werkt er al sinds hij daar komt) kent de regels van binnen en buiten en herinnert je maar al te graag wat er van je wordt verwacht:

-Blijf ten alle tijden op uw kamer.
-Alleen bij gevaar (brand, aardbevingen) en wanneer het verblijf ten einde is mag de kamer worden verlaten.
-Muziek is ten strengste verboden.
-Er mag niet worden gesproken.

¨Uw wordt inderdaad verwacht¨, antwoordde de receptioniste toen hij vertelde wie hij was.
¨Heeft u enig idee hoe lang ik deze keer moet blijven in dit godvergeten oord¨, vroeg hij tegen beter weten in.
¨Dat weet niemand, meneer. Als ik een kwartje zou krijgen voor iedere keer als ik die vraag aan mij gesteld zou worden, dan was ik binnen de kortste keren schathemeltje rijk.¨
Hij wist ook niet waarom hij de vraag stelde. Diep van binnen had hij de stille hoop dat iemand een vooruitziende blik zou hebben maar in Heartbreak Hotel kan niemand in de toekomst kijken, net zo min dat men dat daarbuiten wel kan.
¨U mag uw bovenlijf even ontbloten.¨ Ook dit is een standaardprocedure. Hij knoopte zijn overhemd los en met een stethoscoop onderzochte ze zijn borst. ¨Ja, dat is duidelijk¨, merkte ze op na enkele seconden. Ze luisterde nog wat meer. ¨Uhum, mmh, ja, ja…ik heb genoeg gehoord. Als u hier wilt tekenen dan maken we dit in orde met uw zorgverzekering¨
Uw kamernummer is 2203, vierde verdieping, aan het einde van de gang.¨
Hij omarmde hij zijn lot en liep hij met zijn koffer naar kamer naar de lift, op weg naar zelfisolatie. Niet vanwege een pandemie, niet vanwege een ander soort ziekte. Hij was daar vanwege wat hem was overkomen toen hij iemand had leren kennen. Of beter: wat er nadien met met hem was gebeurd. Het verblijf in het Heartbreak Hotel was een vloek en een zegen tegelijk. Wanneer hij het hotel weer zou verlaten was de bal van modder opgelost en voelde hij zich weer als herboren. Tot die tijd was hij aangewezen op zichzelf en voerde hij de innerlijke strijd om zich los te weken van het verleden en een onderdeel te worden van zijn toekomst.

Ook al voelde hij dat nu nog niet, Heartbreak Hotel is de plek waar er hoop is voor wat er komen gaat, al is de liefde er verdwenen. De naam klinkt genadeloos in de oren en zo ervaart hij dat ook. Niets ontziend, zoals het leven zijn kan.


¨Welkom in het Heartbreak Hotel. De datum van aankomst is niet te voorspellen en uw vertrek ligt in onze handen. Wij wensen u een oorverdovende stilte tijdens uw verblijf en een voorspoedig herstel!¨


Quality Time 

Wat onder quality time wordt verstaan is voor een ieder mens weer anders. Waar de een blij wordt van zoveel mogelijk vrije tijd door te brengen voor de televisie of het lezen van een boek haalt de ander zijn of haar geluk uit de aanwezigheid van andere mensen. 
Bij mij kan quality time een hoeveelheid zijn van verschillende dingen. Helemaal opgaan in een goed boek is inderdaad een van de beste manieren van tijd besteden.
Nu het jaar de laatste weken ingaat besef ik dat het afgelopen jaar in het teken heeft gestaan van ontmoetingen met veel verschillende mensen. Mijn nieuwe baan heeft me die kans gegeven en dat is tot op heden een voorrecht geweest. Ik ervaar het als een verrijking om je te kunnen verdiepen in de verhalen van andere mensen die je weg kruisen. Om mezelf te begeven in de energie van anderen kan mij ook weer energie opleveren en mij echt het gevoel geven dat ik leef.
Het is net als het lezen van een krant of kijken naar het journaal, je wordt er nooit slechter van en het levert je altijd iets op. Veel mensen inspireren op verschillende levels. Sommigen zijn gewoon plezierig in de omgang maar laten zich niet zo snel in de kaarten kijken, anderen zijn wat meer open en delen sneller wat hen bezighoudt. Sommigen zoeken naar diepgang, anderen houden het bij een kletspraatje over de dagelijkse gang van zaken. Uit beide haal ik voldoening. 

Ik kijk met veel genoegen terug op 2021. Ik kijk terug op eindeloze gesprekken over het gevoelsleven op een terras in Brabant tot de late uurtjes na een dag te hebben gewandeld. Gesprekken over de verwondering in Zeeland dat de paden van twee mensen elkaar bij toeval hebben gekruist met een waardevolle vriendschap tot gevolg. 
Ik kijk met genoegen terug op het steeds beter leren kennen van collega´s. Van het bekende aftasten aan het begin tot de openheid naar elkaar van vandaag de dag. De emoties die over de tafel rolden tussen relatieve vreemden nadat er een gevoelige snaar bij de een of bij de ander werd geraakt. De gesprekken over helemaal niets wat onderbroken werd door lachsalvo's wat me doet realiseren dat het dus wel degelijk ergens over is gegaan. De mensen die voorbij zijn gekomen en bijna zonder spoor weer zijn verdwenen, de mensen die zijn blijven hangen en waarvan ik oprecht hoop dat ze dat ook blijven doen. Allemaal mensen, allemaal de moeite waard. De mensen die ik al jaren ken en die hebben ook nu weer bijgedragen aan vele mooie momenten. 

Ik ben soms graag op mezelf en ik heb niet op ieder moment mensen nodig. Maar heel vaak ben ik toch graag in hun gezelschap, verrijken ze mijn leven en geven ze kleur aan de dag. Hoe verschillend ze ook zijn, uit ieder mens is iets te filteren wat hen de moeite waard maakt. Dat is voor mij leven, dat is het vinden van geluk, dat is voor mij quality time. 


De Blauwe Kamer

Een doordeweekse nacht, de klok geeft aan dat het even na twaalven is. Ik kan de slaap niet vatten en zelfs op de mij zo geliefde linkerzijde lukt het niet om te ontspannen. Ik voel me net een droogtrommel, want ik blijf maar draaien. Mijn gedachten gaan alle kanten op, er lijkt geen rem op te zitten. Als het in mijn bovenkamer wat rustiger zou zijn, dan was het voor mij een stuk gemakkelijker geweest om te genieten van mijn nachtrust. Tegen beter weten in stel ik mezelf vragen waar ik geen antwoord op heb en zelfs al zou ik ze wel hebben komen daar weer nieuwe vragen voor in de plaats. Ik zit gevangen in een oneindige draaikolk en ontsnappen aan de spiraal lijkt onmogelijk te zijn.

¨Wat heb ik gisteravond allemaal gezegd?¨, ¨Wat heeft zij gezegd?¨, ¨Hoe zou ze mijn woorden hebben opgevat?¨, ¨Wat zou ik anders hebben gedaan als ik het over kon doen?¨ Vragen die net zo nutteloos zijn als dat ze vermoeiend zijn. In mijn hoofd speel ik de tape frame voor frame af. Op deze manier lig ik hier nog uren wakker en met de drukke dag die op mij wacht besluit ik dat het tijd is om hulp in te schakelen. Ik ga te rade bij mezelf en sluit weer de ogen.


Ik kom niet vaak in de Blauwe Kamer maar als ik er ben is het omdat ik er ook echt wil zijn. Waarom het hier fel blauw is verlicht, is mij een raadsel maar het is wat het is. Maar het is niet het uiterlijk van de ruimte waar ik hier voor ben gekomen.
Aan de tafel zit een andere versie van mezelf. Hij is zelfverzekerd en straalt rust uit. De andere ik geeft aan dat hij me al had verwacht, want hij kent me als geen ander. Dat ik al uren lag te woelen is voor hem geen verrassing. Ik hoef nooit een afspraak met hem te maken, want zodra ik de Blauwe Kamer wil betreden heeft hij direct tijd voor mij. 
Ik ga zitten en vertel een korte versie van de reden waarom ik niet kan slapen en waarom ik lig te piekeren. Eigenlijk hoef ik niet veel te zeggen want de andere ik weet van de hoed en de rand. Maar toch, ik merk dat het nu al enigszins orde in de chaos brengt wanneer ik mezelf ¨hardop¨ hoor praten over wat me bezig houdt. Het is alsof zorgen daardoor tastbaar worden, alsof ik ze letterlijk voor mij op tafel zie liggen.
Om het nog meer te verduidelijken stelt de andere ik vragen die mij aan het denken zetten. Beetje bij beetje wordt de schil verwijderd en in stukjes voor mij neergelegd. De kluwen wol wordt ontrafelt waardoor ik het geheel weer overzie.
De andere ik loopt naar het bord aan de muur en gezamenlijk zetten we voors en tegens op een rij en de slotsom is uiteindelijk dat haar op afstand houden het verstandigste is wat ik kan doen. Dat de kans dat ik heel blij ga worden niet groot zal zijn, en ik uit zelfbescherming maar niet teveel mijn best moet gaan doen.
Wat ik in de Blauwe Kamer doe is in gesprek gaan met mezelf, zonder te verzwelgen in zelfmedelijden maar in plaats daarvan mezelf stevig aan de tand voelen om zo tot een eerlijk en gewogen oplossing te komen. En het werkt, want door het vele gepraat val ik alsnog in slaap en word ik ´s ochtends met een opgelucht gevoel wakker.
De richting die ik op moet gaan is helder, de koers is bepaald. En mocht ik toch weer twijfelen over de weg die ik ben ingeslagen dan is er altijd weer de Blauwe Kamer. Waar ik naar mezelf kan luisteren, net zolang het weer duidelijk is wat ik moet gaan doen. Het is doelgericht piekeren, een uitstekende vorm van zelfhulp en de beste manier van in slaap komen die ik iedereen kan aanbevelen wanneer het stormt in je hoofd.


De volgende avond ga ik toch weer langs. Ik voel me ontspannen maar om even na te praten kan geen kwaad. De andere ik zit er, verwelkomt mij en vraagt hoe het met me gaat. En nog voordat ik een woord heb uitgesproken val ik al in slaap. De Blauwe Kamer is voor mij een van de beste niet bestaande plekken. 


Over de zin van het leven

Net zoals voor iedereen is het leven voor mij een doorlopend leerproces wat geen einde lijkt te kennen. Naarmate ik ouder wordt en steeds meer mensen de revue passeren is het alsof ik steeds hoger op de trap kom te staan en bepaalde dingen ook steeds duidelijker worden dan dat ze ooit zijn geweest. Ik zie vroegere versies van mezelf op lagere treden staan, worstelend met de vragen van toen. Vragen waar ik nu wel een antwoord op denk te hebben. Let wel, denk te hebben. Want een van de lessen die geleerd heb is dat waar ik vandaag zeker van ben morgen anders kan zijn. Het heeft me veel gebracht dat bepaalde zekerheden niet in beton zijn gegoten maar door invloeden van buitenaf en persoonlijke ontwikkeling kunnen veranderen. Bijvoorbeeld het idee dat ik andere mensen moet vertellen wat wel en niet goed voor ze is. Ooit dacht ik dat het aan mij was om ze dat bij te brengen maar van dat idee ben ik nu wel afgestapt. Ook het leren omgaan met emoties is iets wat ik heb moeten leren. Wat dat betreft ben ik dankbaar voor de mensen die op mijn pad zijn gekomen, ze hebben mede geholpen de buitenste schillen helpen af te pellen om zo tot de kern te leren komen.
De kern van wie ik ben en de kern over de zin van het leven.

Als je het wetenschappelijk bekijkt dan zou je kunnen zeggen dat het in stand houden van je eigen soort de zin van dit alles is. Evolutionair gezien heb ik er belang bij dat ik mijn DNA doorgeef aan een volgende generatie. Maar als je het op die manier ziet is dat best een leeg bestaan want dat zegt niets over de daadwerkelijke invulling van mijn leven. Ik ben namelijk niet continue bezig om mijn dna door te geven en dat is gelukkig niet hetgeen waar mijn leven om draait. De invulling is voor een ieder weer anders maar in mijn geval is persoonlijke groei erg belangrijk. Nogmaals, mijn essentieel is niet de essentie van een ander. Iemand kan bijvoorbeeld zijn of haar hele leven gebouwd hebben om het creëren van een gezin en daarnaast niet zoveel uitdagingen hebben. Dat is prima, er zijn geen vaststaande regels voor wat zinnig is en wat niet.

Er is nog iets anders wat het leven voor mij zin geeft en dat is het doorgeven van het licht.
¨Behandel een ander zoals jezelf behandeld wilt worden¨. Ik niet precies aangeven wat het moment is geweest waardoor deze uitspraak voor mij is gaan leven. Het is een sluimerend proces geweest wat zich langzamerhand meester van mij heeft gemaakt. Mijn werk als hulpverlener zal daarbij ongetwijfeld een rol in hebben gespeeld maar ook op persoonlijk vlak ben ik natuurlijk niet stil blijven staan.
We moeten ook niet heel zwaar tillen aan het belang van ons bestaan. Mijn voetafdruk zal niet voor altijd in beton gegoten zijn en hoe het ook met de mensheid zal aflopen, het universum trekt zich er niets van aan. Op kosmische schaal zijn wij totaal niet belangrijk. Maar hoe nietig de mens ook is, ik vind het wel belangrijk om in dat relatief nietige en vergankelijke leven geluk en significantie na te streven. Op zich is dat ook al een mooi levensdoel.

 

Er was een tijd dat ik geloofde dat God aan de basis stond van het leven en dat het God was waar ik ook na mijn dood naar toe zou gaan. Ik heb dat idee langzaam maar zeker los gelaten. Het idee dat een schepper een plan heeft gehad met deze wereld staat nu ver van mij. Wel geloof ik in het goddelijke in jezelf, streven naar de beste versie van en dat je daardoor ook goed voor anderen kunt zijn. Dat bedoel ik met het doorgeven van het licht. Investeer in kennis over jezelf, over de wereld zoals deze was en is. Streef naar groei en zorg goed voor jezelf, relativeer, wees authentiek en haal je schouders zo nu en dan op over dingen. Wees dankbaar en bescheiden.
Dit is wat ik probeer te bereiken. Het doorgeven van hetgeen wat ik heb mogen ontvangen via andere mensen. Op deze manier zin geven aan het leven is een vorm van zingeving die mij wel bevalt. 


Een ontmoeting met mezelf

Vanaf de ingang van de supermarkt was het niet ver meer. Even doorlopen naar de weg en vanaf daar had je uitzicht op de speeltuin. De speeltuin waar ik meer voetstappen heb liggen dan waar dan ook. Als ik mezelf ergens zou kunnen vinden dan was het daar wel. Een andere plek was het schoolplein maar daar was niemand te bekennen. Het lag er verlaten bij en het enige geluid was dat van de bladeren die werden meegenomen door de wind.

Daarvoor had ik mijn geluk nog beproefd bij het plaatselijke busstation maar aangezien het vandaag zondag is en er weinig bussen rijden leek me dat ook niet voor de hand liggend. En inderdaad, het busstation lag er verlaten bij. Geen groepjes mensen waar ik altijd tussen stond te wachten, geen voorbij zoevend verkeer, geen fietsers die onderweg waren naar waar dan ook. Ook hier was ik niet te vinden.
En dus liep ik twintig minuten richting het noorden, naar de plek waar ik was geboren en waar ik het grootste gedeelte van mijn jeugd heb doorgebracht. Voorbij het schoolplein, langs de supermarkt richting de speeltuin. Langs huizen die ik me nog herinner uit mijn jeugd, lopend over stoeptegels die mij jaren eerder hebben gedragen en dat nu weer doen.
De weg oversteken, de brug over en met elke stap kwamen de zandbak, het klimrek en de schommels steeds dichterbij. Daar op een van de bankjes zag ik iemand zitten en al snel herkende ik het rode shirt, de blauwe korte broek en het platte blonde haar. De zoektocht was ten einde want daar zat ik dan.
Ik weet nog dat ik vroeger erg verlegen was en dus hield ik afstand. De kleine ik zat in de zon met een krijtje in zijn hand tekeningen te maken op het bankje. Tot nu toe ziet hij me niet want de kleine ik leek op te gaan in zijn eigen wereld, zich niet bewust van wat er om zich heen gebeurde.

Het was op een bepaalde manier ontroerend om mezelf zo te zien zitten, wetende wat hij nog allemaal zou gaan beleven. De fouten die hij zou maken, de mensen die hem zouden kwetsen.
Een diep verlangen maakte zich meester van mij om hem te waarschuwen voor alles wat deze jongen nog te wachten stond. Ik wilde als het ware naar hem toe lopen, naast hem gaan zitten en de grote lessen van het leven geven. Maar bijna tegelijkertijd bedacht ik me, want wat zou het gaan uithalen. De jongen die daar zat was nauwelijks ouder dan een jaar of zes dus hij zou niks begrijpen van wat ik zou zeggen. En dus besloot ik dat ik mijn afstand zou bewaren en hem zelf zijn lessen zou laten leren. Zonder de hulp van mijn ervaringen.
Ik ging zitten in het gras op ruime afstand van de jongen die later de man zou worden die ik nu ben. Hij keek op en zag me zitten. Toen we elkaar aankeken hief ik mijn hand op en zwaaide. De jonge ik leek even te twijfelen maar zwaaide vervolgens terug.
Toen stond hij op liep weg. Op weg naar de toekomst, op weg naar de meeste van mijn herinneringen. Ik had hem zoveel willen vertellen, ik had hem voor zoveel dingen willen behoeden maar al is mijn leven het zijne, toch is het niet aan mij om het verschil uit te leggen tussen wat goed is en wat niet. Het is niet aan mij om hem te sturen in zijn keuzes.


De kleine ik is inmiddels uit het zicht verdwenen. Vermoedelijk op weg naar een van zijn vriendjes die wonen in de buurt. Dezelfde vrienden die hij jaren later uit het oog zou verliezen omdat dat nu eenmaal gebeurt. Mensen komen en gaan en je kunt ze niet allemaal bij je houden, want de paden die je bewandelt lopen soms evenwijdig maar vaak ook niet.
Ik besluit mijn weg te vervolgen, de weg naar mijn eigen wereld van vandaag de dag. Op weg daar naar toe denk ik aan de kleine ik en alles wat hem nog te wachten staat, aan dat alles wat voor mij in het verleden ligt. Zoals bij een ieder zal ook voor hem het leven soms goed gezind zijn en soms zou het hem pijn doen. Maar als hij over tientallen jaren weer op deze plek is, zou hij beseffen dat het allemaal niet voor niets is geweest en dat hij nu eenmaal een tevreden man is. 

 


Golven die omarmen

Na een zomer vol dramatiek en verdriet, besloot hij dat tijd was om er voor een paar dagen tussenuit te gaan. Lang nadenken over zijn bestemming hoefde hij niet. Hij zou zijn koffer pakken en vertrekken naar een van de Waddeneilanden. Als er ergens een plek was om tot rust te komen, dan was het daar. Zee, strand, bossen, pittoreske dorpen en vooral heel veel stilte. Ideaal voor hem met de gemoedstoestand die hij toen had. Spontaan had hij zijn verblijf geboekt en een paar dagen later vertrok hij. Onderweg met trein, bus en boot met een van de mooiste plekken in Nederland als eindbestemming.

Eenmaal aangekomen gooide hij zijn koffer op het bed. Zin om uit te pakken had hij niet maar het vooruitzicht om straks voor even te mogen verdwijnen in de bossen, was een mooie stok achter de deur. De daaropvolgende dagen maakte hij lange wandelingen, zonder iemand tegen te komen. Weilanden gingen over in bossen. Bossen gingen over in duinen. Het was net zo rustgevend als wonderschoon. Hij was letterlijk ver verwijderd van het toneel waar het drama zich had afgespeeld. Weglopen van je gevoelens had hij nooit gekund. Hij nam ze dus met zich mee om ze hier op het eiland te filteren. Zoals sneeuw smelt in de zon, zo ging ook de inwendige storm liggen, door de kalmte die het eiland uitademende. Negatieve emoties leken meegenomen te worden door de wind. Tijdens de wandelingen was hij vaak in gesprek met zichzelf. Over hoe dit allemaal had kunnen gebeuren, wat hij goed had gedaan, wat hij voor een volgende keer niet moest vergeten en het belangrijkste; hij dacht aan de toekomst.
Wat die toekomst ook brengen zou, hij wist dat hij de sleutel tot gelukkig zijn zelf in handen had. Ongeacht wat andere mensen ervan zouden vinden. Hij zou doen wat hem kon helpen, de weg naar boven weer te vinden. Als dat betekende, dat hij zich een paar dagen zou opsluiten op een eiland, dan was dat maar zo.

De uitwerking van het alleen zijn stelde hem niet teleur. De laatste jaren was hij regelmatig te vinden op een van de eilanden en dit bezoek, bevestigde alleen maar waarom hij er zo graag kwam. Op zoek naar rust en hij vond rust. Op zoek naar positiviteit en hij vond het.
Na enkele dagen, toen hij terug was op het vaste land, voelde hij zich blij en de bevestiging dat hij de juiste keuze had gemaakt, deed zijn zelfvertrouwen goed. De weg was nog lang en niets ging zonder vallen en opstaan. Maar de wind op het eiland had hem in de juiste richting geduwd. De golven die het eiland al die tijd omringde, hadden daar zijn ziel omarmd.