Tot de dood ons scheidt

Ik begeleidde Evi al een aantal jaar toen ik met haar in het ziekenhuis zat om te luisteren naar wat de artsen ons vertelden. Ze gaven aan dat Evi ongeneeslijk ziek was en zou gaan sterven.
Evi barstte in tranen uit en ik voelde het bloed langzaam wegtrekken uit mijn gezicht. Soms maak je van die momenten mee die je nooit meer gaat vergeten.
Evi was een alleenstaande vrouw met een verstandelijke beperking. Ze had maar een klein netwerk van mensen om zich heen en had geen contact meer met haar familie. Met het gevoel dat ze nooit was geaccepteerd door hen, wilde ze niks meer te maken hebben met hen en besloot ze op een gegeven moment dat het beter was alleen door te gaan.
Evi was een ietwat eigenwijze vrouw die wist wat ze wilde en zich tegelijkertijd bewust was van haar beperking. Het handboek voor het ¨omgaan met Evi¨ was best uitgebreid maar wanneer ze je eenmaal vertrouwde was dat handboek niet zo ingewikkeld meer.
Maar nu ze ernstig ziek bleek te zijn was er niet eens sprake meer van een handboek maar van een complete bibliotheek. Want dit was voor mij een compleet nieuwe situatie en wat zijn je verantwoordelijkheden en wat niet?
Mijn collega besloot zich afzijdig te houden aangezien ze even daarvoor een goede vriendin had verloren aan dezelfde vreselijke ziekte. Natuurlijk was ze er wel wanneer ik met vragen zat of gewoon even stoom wilde afblazen maar we hebben in goed overleg besloten dat ik met Evi mee zou gaan naar de ziekenhuisafspraken.

Eigenlijk was de eerste taak om een netwerk rond Evi heen te bouwen en we zijn daarin geslaagd. Collega´s van haar werk bleken een grote steun en toeverlaat en deden wat ze konden. Ze gingen mee met haar naar het ziekenhuis, kookten voor haar, deden boodschappen en gingen af en toe een dagje weg.
Binnen een paar weken was het gelukt om een kring van mensen om haar heen te bouwen die voor haar klaar stonden. Een van die mensen was een mentor die was aangesteld door de rechtbank.
Ik vond dat Evi iemand naast zich moest hebben die bevoegd was om met haar bepaalde keuzes te maken. Een situatie zoals deze overstijgt soms de grenzen van onze kennis, draagkracht en bevoegdheden en moet worden gedeeld met anderen. De mentor die via Mentorschap Rotterdam werd aangesteld was een bijzonder betrokken vrouw die echt het hart op de goede plek had zitten. De klik met Evi was er vanaf het eerste moment en ze was een aanwinst voor het netwerk van Evi.
Ik was in al die maanden bezig om het overzicht te bewaren en dat was een zware klus. Het verloop van haar ziekte was grillig en de ook omstandigheden werden steeds zwaarder en daarbij ook de druk op het netwerk. In de eerste maanden gingen we wekelijks samen boodschappen doen, Evi was toen nog redelijk fit. Het deed me goed om haar te zien genieten van het buiten zijn en het tegenkomen van bekenden. Evi kon ongelooflijk dankbaar zijn met alledaagse dingen. Ze toonde veel tevredenheid wanneer haar boodschappen weer in huis waren.
Ik ben ook vaak met haar naar de oncoloog gegaan maar dat ging nooit wennen. Daar zaten we dan in een wachtkamer vol met mensen die daar niet bepaald voor hun zweetvoeten zaten. Ik vond het altijd zeer indrukwekkend en voelde me op die momenten altijd zeer klein en nietig.
De arts met wie we praatte werd een vertrouwd gezicht voor Evi. Ze luisterde altijd geduldig naar wat Evi te vertellen had. Over haar gewicht, haar eetlust, de medicatie en haar levenslust. Het mooie van Evi was dat ze erg kon genieten van de meest basale dingen. Aandacht die ze kreeg van een collega, een dagje uit naar Scheveningen of zomaar een kaart met de beste wensen van iemand uit een ver verleden.
Naarmate de tijd verstreek ging de lichamelijke conditie van Evi achteruit. Ik weet nog dat ik bij haar zat in de woonkamer. Evi had haar pyjama aan en met een vermoeid gezicht zei ze dat ze in bed ging liggen en ze sjokte naar haar slaapkamer. Ze had dermate veel vertrouwen in mij dat ze mij gerust kon laten zitten in haar huis.
Vanaf dat moment dat ze in toen haar bed is gaan liggen is het snel bergafwaarts gegaan met de gezondheid van Evi. Ze werd steeds minder goed in staat om zichzelf te verzorgen, haar boodschappen te doen en te koken. Gelukkig was er overal wel een oplossing voor te vinden. De boodschappen werden gedaan door haar netwerk, de verzorging werd gedaan door de thuisverpleging die ik had ingeschakeld toen Evi echt bedlegerig werd.
Een aantal weken voordat ik op vakantie zou gaan overleed Evi en zodoende heb ik de uitvaart mee kunnen maken.
Achteraf vraag je jezelf wel eens af hoe je bepaalde periodes bent doorgekomen maar die vraag is tegelijkertijd  niet zo moeilijk te beantwoorden. Je handelt gewoon en naderhand kijk je erop terug en ben je verbaasd over wat je allemaal hebt gedaan.
In dit werk is het vaak een kwestie van doen. Alsof er een knop wordt omgezet waarna je doet en doet en zo goed als je kunt. Het is de liefde voor de mensen, de liefde voor het vak wat maakt dat je doorgaat. Je wilt het beste voor cliënten tot je ziet dat ze letterlijk hun laatste adem hebben uitgeblazen.


Terugbetalen (deel 2)

Zoals altijd werd hij hier netjes ontvangen. Eerst was daar de chef die deze toko leidde met zijn zwart witte kostuum. De dame waar hij zojuist aan heeft lopen denken, stond achter de bar een paar biertjes te tappen. Er waren niet veel mensen in het restaurant. Alleen twee andere mannen zaten aan een tafeltje. Vermoedelijk was het een zakelijke etentje, aangezien ze beiden netjes gekleed waren. Pak, stropdas. Hij had niet zoveel met deze manier van kleden. Het paste niet bij hem. Op de begrafenis van zijn vader droeg hij een colbert met een spijkerbroek en dat was voor hem netjes genoeg.
Hij ging zitten aan tafel bij het raam. Die eeuwige tafel nummer drie. Nog nooit had hij meegemaakt dat deze tafel reeds was bezet en het was onderhand echt ‘zijn’ plek geworden. Het was inmiddels ook een gewoonte geworden dat er binnen enkele minuten iemand naar hem toe zou komen om de bestelling op te nemen. Meestal was het dat goedlachse grietje met die donkere haren. En hij was blij op te merken dat ze ook vanavond weer dienst had.
Zoals altijd liep ze op een vlotte manier naar zijn tafeltje. Met het gebruikelijke “Goedenavond” werd deze onvergetelijke avond definitief geopend. Ze probeerde haar gezicht  enigszins neutraal te houden maar het opgetogen gevoel wat van haar meester had gemaakt, kon ze nauwelijks verbergen. In al die weken dat hij hier kwam eten heeft hij nog nooit een praatje gemaakt met haar. Behalve de gebruikelijke beleefdheden over en weer is hij nooit verder gekomen dan dat. Zij had daar geen behoefte maar vanavond was alles.
“Zo, daar bent u weer”, zei ze ongebruikelijk spontaan. Hij was verrast door deze onverwachtse toenadering. “Ja, dat klopt”, zei hij. En dat was alles wat hij wist te zeggen. Ze bleef hem nog enkele seconden aankijken. In haar las hij een vreemde combinatie van lust en afschuw. Hij werd een beetje ongemakkelijk van hoe zij daar stond. Hij had eens gelezen dat het oogcontact tussen mensen maximaal drie seconden kon duren, waarna het vreemd werd. Het was niet zo dat hij een had stopwatch ingedrukt vanaf het moment dat ze begon te staren. Maar de drie seconden waren inmiddels ruim verstreken en hij besloot maar naar buiten te kijken. Hij voelde dat zij daar nog steeds stond. Net voordat hij zijn bestelling door wilde geven (alsof ze dat niet wist) vroeg ze wat ze voor hem kon betekenen. Ik wil dat je een afspraak maakt met je huisarts en je mooie koppie na laat kijken, want volgens mij zit er een steekje bij je los. In plaats daarvan gaf hij zijn gebruikelijke bestelling door. Ze knikte en liep terug naar wat ze vandaan kwam. Hij had hier een heel raar gevoel bij. 

Zoals altijd hoefde hij niet lang te wachten op zijn bestelling. Binnen tien minuten stond er een dampende Chinese maaltijd voor zijn neus. Foeyonghai was zijn absolute favoriet en hij kreeg hier maar geen genoeg van. Maar vanavond leek alles anders sinds hij hier zat. Hij had een onbestemd gevoel en het liet hem maar niet los. Evengoed begon hij te eten zoals hij dat altijd deed. Gehaast en zonder enige interesse in zijn omgeving.
Ondertussen bekeek zij veilig alles van een afstandje. Van achter de bar sloeg de gade hoe hij daar zijn maaltijd zat te verorberen. Ondertussen kwamen er andere klanten binnen zodat ze verder nauwelijks de tijd had om op hem te letten. Misschien was dat ook maar beter , want anders zou men er misschien wat van kunnen gaan denken. Haar andere collega die deze avond aan het werk was, rolde met haar ogen toen ze langs haar liep. De laatst binnen gekomen klanten waren van het moeilijke soort. Bij bestelling werden er verschillende vragen gesteld en bovendien moest allemaal niet te zoet en zeker niet te scherp. De blik van haar collega sprak boekdelen en naar haar gedachten hoefde ze niet te raden.

Ze draaide zich om en daar stond hij. Zijn ogen hingen er vermoeid bij en op de een of andere manier zag hij er ouder uit dan toen hij binnen kwam. Nog meer dan voorheen had hij iets weg van haar vader. De wetenschap dat hij zich niet leek te voelen deed haar goed. Dit bedoelen we met terugbetalen. Ze vroeg of het weer had gesmaakt. Hij mompelde iets in de trant dat het wel oké was geweest. Ze besloot het contrast zo groot mogelijk te maken. Des te slomer en vermoeider hij oogde, des te opgewekter zij deed. Een buitenstaander zou dit tafereel als enigszins wreed hebben omschreven. Maar zij genoot van de gedachte dat hij zich steeds beroerder zou gaan voelen.
Met een houding wat meer strompelend was dan wandelend, begaf hij zich voor allerlaatste keer naar de uitgang. Minzaam bekeek zij hem na.
Haar collega had het tafereel gevolgd en zei dat hij toch niet zoveel biertjes achterover had geslagen? Ze antwoordde dat het vanavond verkeerd was gevallen. Met die woorden nam ze genoegen maar waarheid was echter een stuk schokkender.

Het was hartje winter en het was koud, donker en stil op straat. De lucht was kraakhelder en honderden lichtpuntjes sierden de hemel. De houding die meer weg had van strompelen was overgegaan tot overtuigend schuifelen. Iemand die hem aan de andere kant van de straat passeerde dacht dat hij alles behalve zin had om naar huis te gaan en zodoende de kleinst mogelijke stappen zette. Er ging ondertussen van alles door hem heen. Had hij iets verkeerds gegeten? Zat er iets door het bier? Was hij vergiftigd? Hij wist het niet. Maar een ding was zeker, hij wilde zo snel mogelijk thuis zijn en gaan slapen. Op de een of andere manier verloor hij het contact met de realiteit. Zijn gedachten waren niet continu in het hier en nu. Soms werd het zwart voor zijn ogen en had hij het gevoel flauw te vallen. Zijn benen voelde slap aan en zijn maag deed pijn. En wat hem nog meer zorgen baarde was de smaak van bloed in zijn mond.
Toen hij de contouren van zijn appartement in de verte zag, probeerde hij zijn tempo te versnellen. Maar zijn benen protesteerde en volgden niet het commando van zijn hersenen op. Je kunt commanderen wat je wilt maar wij doen toch waar we zelf zin in hebben. Toen voelde hij een golf van misselijkheid opkomen. Hij gaf bloed over en toen werd het definitief zwart voor zijn ogen. Met een flink smak landde zijn hoofd op de koude tegels wat het bloed uit zijn voorhoofd deed stromen. Maar daar merkte hij ondertussen al bijna niets meer van. Het licht was definitief uitgegaan.

Ze zat met een mix van tevredenheid en opwinding voor zich uit te kijken. Ze wist dat het aapje op haar schouder was verdwenen. De prijs die hij had moeten betalen was voldaan en dat voelde als een bevrijding. 
Het was al laat in de avond toen er werd aangebeld. Wie zou er op dit onchristelijke tijdstip nog iets van haar willen? Met iedere stap die ze zette kreeg ze een steeds een sterker onheilspellend gevoel. Een gevoel wat geheel terecht was als ze op dat moment had geweten wie of wat voor haar deur had gestaan. 
Ze deed de deur open en haar pupillen werden ogenblikkelijk groot. Ze zag hem staan en kon alleen maar aanschouwen. Daar stond hij dan. Opgedroogd bloed zat aan zijn mondhoeken gekleefd en waar zijn ogen normaal gesproken zaten waren alleen twee zwarte puntjes te zien. Ze hoorde hem grommen vanuit zijn keel en langzaam opende hij zijn mond.

“Geef me het maandmenu en ik zal het terugbetalen. Geef me het maandmenu en ik zal het terugbetalen!
Daarna strekte hij zijn hand naar haar uit waarna ze met een schreeuw wakker werd. 


Het briefje met daarop het woord “Terugbetalen” werd in de dagen erna gevonden. Voor justitie was dit deze opmerkelijke vondst de eerste aanwijzing. 
Na autopsie werden er giftige stoffen ontdekt die vrijwel zeker tot zijn pijnlijke en snelle dood hadden geleid. Het eten in zijn maag was nog niet verteerd en zodoende leidde het spoor vanzelfsprekend terug naar het restaurant. Het maandmenu bleek de Judas te zijn voor haar.Of in ieder geval, dat voor haar en haar collega’s.
Iedereen was verdacht en dus werd ze op een avond gebeld door haar chef.
“Kun je alsjeblieft naar het restaurant komen? Het is heel ernstig.”
“Wat is er gebeurd?”
“Kom nu maar. Haast je, snel”
Daarna volgde er een klik.
Ze voelde het bloed uit haar gezicht trekken en dacht even dat ze flauw zou gaan vallen. Maar zag kans zich te herpakken. Tien minuten later kwam ze het restaurant binnen. Iedereen van het personeel zat aan een tafel. Verslagen en stil keken ze voor zich uit. Er waren ook twee politiemannen aanwezig. Een van hen ging staan en stelde zich voor.
“Graag zouden we u wat vragen stellen. Het gaat om de dood van een van jullie vaste klanten.”

Buiten werd het alsmaar kouder. Het zou nog lang duren voordat de zon zich weer zou laten zien. De rekening was weliswaar vereffend, het bedrag was dan wel terugbetaald maar klaar met betalen was je nooit. Er volgt altijd weer iets nieuws, want niets is gratis. Ze zullen je vragen of alles naar wens is en of je nog iets blieft. Men zal naar je lachen, je vriendelijk te woord staan maar betalen zal je. Vroeg of laat krijgt iedereen de rekening gepresenteerd.



Terugbetalen (Deel 1)

Als hij niet geheel tegen zijn gewoonte in, om 19:00 uur ’s avonds de brievenbus had geopend had hij de brief vanavond niet gevonden. Tegen het einde van de middag, rond half 5, was hij al een keer gaan kijken en er was toen geen post te vinden. Aangezien de post altijd tussen vier en vijf uur werd bezorgd besloot hij ’s avonds nog een keer terug te gaan. Niet dat hij iets speciaals verwachtte. Maar toen hij nog even naar de supermarkt was geweest, stopte hij tegen beter weten in bij de brievenbussen bij de ingang van het portiek. Met zijn boodschappen tas in de ene hand en zijn sleutels in de andere, stak hij het sleuteltje in het slot. Het scharnier van de klep piepte. Het geluid deed hem altijd denken aan nagels die over een schoolbord kraste. Niet zelden gingen de haartjes op zijn armen overeind staan bij het openen van de brievenbus. Hij herinnerde zichzelf dat hij dit eens moest verhelpen maar die gedachte verdween altijd weer zodra hij drie etages hoger zijn voordeur open deed.
Enigszins verbaasd zag hij dat er iets was bezorgd. Het was een witte envelop waar geen adres op stond vermeld. Sterker nog, er stond helemaal niets op vermeld. Zelfs geen naam. De envelop was gewoon door iemand in de brievenbus gedaan. Hij hield de envelop tegen het licht en zag dat er een opgevouwen briefje in zat. Hij kon zijn nieuwsgierigheid uitstellen en liep eerst naar boven, ruimde de boodschappen op en ging er toen eens goed voor zitten. Hij maakte de envelop open en haalde het briefje er uit en las het getypte woord hardop:

“Terugbetalen”

Daarna las hij het nog een keer, alsof hij het misschien wat over het hoofd had gezien. Maar het hoe vaak hij het ook las, het was maar een woord en meer dan dit kon hij er niet van maken. Zo bleef hij een half uur naar het briefje staren. Had hij schulden? Nee. Had hij vijanden? Niet dat hij wist. Hij kende wel wat ex-vriendinnen die niet bepaald in de rij zouden staan om een goed woordje voor hem te doen. In zijn gedachte liet hij iedere ex-vriendin de revue passeren. Alhoewel ze stuk voor stuk wat bitter over hem waren, dacht hij niet dat ze uit waren op wraak. Bovendien, zijn laatste relatie was al meer dan een jaar geleden en zoveel leed had hij vrouwen ook weer niet aangedaan. “Als er iemand het recht heeft gehad om de ander wat aan te doen, ben ik het wel”, grapte hij hardop. Die gedachte legde, hoe grappig bedoeld ook, tevens zijn gebrek aan zelfreflectie bloot.

Terwijl hij zorgeloos in zijn stoel zat sleepte ondertussen iemand anderhalve kilometer verderop de messen. Het zou nu niet lang meer gaan duren.

Zelfreflectie was dan niet een van zijn beste eigenschappen, aan relativering van zaken had hij geen gebrek. Hij had de gewoonte om van dingen geen groot probleem te maken. Als het even kon legde hij zich neer bij de situatie en ging hij vrolijk verder met zijn leven. Sommige mensen beschreven  hem als een ongevoelige zak. Zo had hij bijvoorbeeld geen traan gelaten rondom het overlijden van zijn vader, ook al hebben zij altijd een goede band met elkaar gehad. Het leverde een verwijdering op tussen hem en zijn twee zussen (nog iets waar hij zich niet al te druk om maakte). Natuurlijk heeft hij verdriet gehad in die tijd en uiteraard denkt hij nog regelmatig terug aan de momenten dat ze samen gingen vissen. Hele weekenden samen op pad bij weer of geen weer. Machtig mooi was dat. Maar toen zijn vader ziek werd leek hij dit niet onder ogen te willen zien.  Hoe zieker zijn vader werd, des te minder frequent zijn bezoekjes aan hem werden. Dit tot groot ongenoegen van zijn oudere zussen die hem verweten dat hij niet in staat was om de behoeften van zijn vader op de eerste plaats te zetten. Op zijn beurt vond hij dat ze dan maar lekker de klere konden krijgen. Op de begrafenis werd er tussen hen nauwelijks een woord gewisseld. Verdoofd door enerzijds het verdriet om zijn vader en de irritatie door de verplichte aanwezigheid van zijn zussen anderzijds, beleefde hij de dag in een roes. Nadat hij een kop koffie had gedronken en wat had gesproken met aanwezigen, was hij naar huis gereden. Eenmaal thuis aangekomen verborg hij zijn hoofd in een stapel kussens en huilde tot hij niet meer kon. Dit speelde zich allemaal enkele jaren geleden af. Tijd heelt wonden en nog voordat het laatste stukje was geheeld had hij al onder de hele situatie een streep gezet.
Buiten werd de schemering ingezet en hij begon al aardig trek te krijgen. Het was woensdag en dat betekende dat hij zoals iedere week bij de Chinees zou gaan eten. Restaurant Hoi Tin was voor hem een vanzelfsprekendheid als dat het vanavond donker zou gaan worden. Het briefje wat bij hem was bezorgd ging de overvolle vuilnisbak in. Wanneer hij vanavond thuis kwam, zou hij deze wel legen. Het zou allemaal wel berusten op een misverstand. Hij dacht nu maar aan een ding en dat was lekker gaan eten. Hij liep de deur uit, draaide het slot om en liep door het portiek naar buiten. In zijn huis werd het met het verstrijken van de tijd steeds donkerder.

Ze werkte nu anderhalf jaar in het restaurant. Mede door haar vlotte babbel, haar Aziatisch uiterlijk en haar ervaring in de horeca had ze een streepje voor bij de andere kandidaten. Gezien haar leuke collega’s en een goed huwelijk (ze was in een opwelling twee jaar geleden getrouwd en ze had er nog steeds geen spijt van) had ze eigenlijk niets te klagen over de kwaliteit van haar leven. Maar diep van binnen was ze toch niet echt gelukkig. Het vrat aan haar dat ze niet goed wist wat ze met haar leven wilde doen. Ze had dan weliswaar een leuke baan maar dit was toch niet echt wat ze wilde. De eerst paar maanden kon ze het gevoel nog weg wegstoppen maar langzamerhand was het niet meer te onderdrukken en begon ze de barsten op te merken. Ze vond daar haar leven op dit punt was mislukt en dat knaagde aan haar zelfbeeld. Twee weken geleden was ze op aanraden van haar man langs de huisarts geweest voor een goed gesprek. Nog voordat ze was gaan zitten en nog voordat ze een woord had gezegd was ze al in tranen uitgebarsten. De verwachtingen die ze zichzelf had opgelegd zorgde voor een structurele spanning in haar lichaam en het bezoek aan de huisarts was voor haar lichaam een mooi moment om te ontladen. Haar opgekropte emoties hadden nu eindelijk vrij baan.
De andere winst was dat ze op de wachtlijst werd gezet voor tijdelijke gesprekken met iemand van de GGZ. Er was een soort van perspectief ontstaan. Maar dat nam haar gevoel van onvrede niet weg.
Daar kwam bij dat het werk in het restaurant werkt bemoeilijkt door een vervelende klant. Zolang zij daar al werkte kwam er wekelijks een man over de vloer, die op z’n zachtst gezegd nogal onbeschoft was. Dit maakte het er allemaal niet gemakkelijker op. Hoe langer ze er over nadacht, des te meer ze zich realiseerde dat het haar erg dwars zat. Wanneer hij niet op kwam dagen, voelde ze zich beter en waren haar handen ook niet zo vochtig van het zweet.
De eerste keer dat hij binnen kwam wandelen, leek er niet zoveel aan de hand. Hij leek zoals veel andere mannen. Ongeveer 1.80 meter hoog, kalend en een baardje. Meestal droeg hij een overhemd en een spijkerbroek. Niet het type waar zij op zou vallen maar ook niet de man waar ze van walgde. Althans, nog niet.
De eerste keer dat hij in het restaurant leek het een avond te zijn zoals alle avonden. Klanten komen binnen, gaan aan tafel zitten, bestellen, eten en drinken, betalen en gaan (al dan niet tevreden) weer naar huis. Zo ook bij hem. Hij zat daar rustig aan tafel drie en bestelde een maandmenu voor zichzelf.


Het maandmenu werd weggespoeld met meerdere biertjes. Hij had iets meelijwekkend over zich zoals hij daar alleen aan tafel zat. Toch was het feit dat hij daar alleen zat het enige wat aan hem was opgevallen. 
Er gingen een paar weken voorbij voordat hij weer ten tonele verscheen. Weer alleen aan hetzelfde tafeltje, net zoals de vorige keer. Het verschil was dat hij er slechter uit zag. Wallen onder zijn ogen en zijn baard was slecht bijgehouden. Nog veel meer dan een paar weken geleden had ze het gevoel dat deze man absoluut niet haar type was. Ze vond het maar apart dat ze, ondanks dat haar relatie goed zat, nog steeds met belangstelling naar mannen bleef kijken. Maar deze man wekte echter geen interesse bij haar op. Zoals altijd stond ze klanten vriendelijk te woord en was ze (wanneer het niet al te druk was) in voor een praatje. Bij deze man had ze echter geen goed gevoel. Het was de manier waarop hij haar haar keek. Een mix van minachting en onverschilligheid. Een combinatie die ze ook bij haar vader zag. Lang geleden toen hij nog leefde. In de tijd dat hij niet met zijn vingers van haar af kon blijven. Een tijd die ze achter zich had gelaten maar zo nu en dan om de hoek kwam kijken. Soms ziet ze weer die koude ogen van haar vader voor zich en vult haar lichaam zich met boosheid. En bij het zien van deze man, de manier waarop hij naar haar kijkt, brengt een stukje van die boosheid naar boven. Maar zoals altijd bleef ze beleefd en vraagt vriendelijk of alles naar wens. Slechts een “ja” komt over zijn lippen. Daar mag ze het mee doen. Ze weet het op dat moment zeker. Deze man valt in de categorie “enorme eikels” en er is niets wat hij daar nog aan kan veranderen. Het oordeel is bij deze door haar geveld.

Voor het eerst sinds het overlijden van zijn vader zat hij weer in het restaurant. Hij was bezig om zijn routines weer te gaan opbouwen. Een van die routines was op woensdagavond buiten de deur te gaan eten. Het eten in Chinees restaurant bij hem in de buurt was nooit tegengevallen. Dus daar zat hij weer aan tafel. Nog wat beduusd van alle emoties die als een storm door hem heen raasden. En nog steeds staken ze zo nu en dan de kop op. Zijn overtuiging dat je onder alles op een gegeven moment een streep moest zetten was dan weliswaar zijn overtuiging maar bleek in de praktijk toch niet zo simpel te zijn. Het zat hem niet lekker dat zijn levensmotto niet de absolute waarheid bleek te zijn. En tot overmaat van ramp werd hij die avond geholpen voor een overdreven vriendelijk trutje die volgens naar alle waarschijnlijkheid een enorm minderwaardigheidscomplex met zich meesleepte. Hij kon het vandaag niet opbrengen om maar de helft van haar vriendelijkheid terug te geven. En dus at en dronk hij hetgeen wat hij had besteld. Een lach en een fooi waren simpelweg te veel gevraagd die avond.
En zo gingen de weken voorbij. Iedere woensdag op dezelfde tijd maakte hij zijn wandeling naar het restaurant. Hij was het typisch voorbeeld van een tevreden klant. Hij liep namelijk altijd tevreden naar buiten. Tevreden over de kwaliteit van het eten. Tevreden met zichzelf was en zijn leven was hij echter niet. En dat straalde af op zijn omgeving. Voor andere mensen (inclusief voor de vrouw die hem iedere week netjes te woord stond) was hij een vervelende man.

Haar daad was een impulsieve ingeving. Ze was zo ontevreden over haar leven en over haar verleden dat ze vond dat iets of iemand daarvoor moest boeten. En hij was het perfecte slachtoffer. Hij deed haar denken aan haar vader en was onbeschoft bovendien. Toen hij voor de zoveelste keer haar als een boer te woord stond (of eigenlijk helemaal niet), besefte ze dat het tijd was om iets te gaan ondernemen. Het was  niet langer een klant die de deur uitliep. Ze zag hoe hij langzaam maar zeker transformeerde in haar vader. De persoon waar ze de rest van haar leven de grootste hekel aan zou blijven hebben. Dezelfde onverschillige ogen. Een uitstraling over zich die haar totaal niet beviel.
Voordat ze het wist liep ze ’s avonds over straat. In het geheel niet toevallig in de richting van haar werkgever. En het was ook niet toevallig dat het vandaag woensdag was. De dag dat hij er zou zijn.
Het was haar vrije avond maar dat hoefde haar man niet te weten. Ze stond niet ver van het restaurant onopvallend bij een bushalte. Tussen haar en het restaurant was een drukke weg. Vanaf deze plek had ze een goed overzicht. Het was nu even na zevenen. Het zou nu niet meer lang duren voordat hij naar buiten zou komen. Verkeer reed aan haar voorbij in beide richtingen. Stadsbussen, auto’s, fietsers. Een aantal tieners die naast haar stonden keken verveeld op hun telefoon. Afgezien van bus nummer 57 die stopte bij de halte, gebeurde er niet veel. Zou hij vanavond niet zijn geweest? Niet toen ze dacht dat hij niet meer naar buiten zou komen, zag ze de contouren van een persoon. Na een paar keer knipperen met haar ogen wist ze het zeker. De man waarvoor ze van huis was vertrokken en waarom ze hier stond. Haar benen begonnen te bewegen en even later liep ze op veilige afstand van hem op weg naar zijn appartement.
Hij bleek in de buurt te wonen. Dat vermoeden had ze al want ze zag hem altijd lopend komen en gaan. Een paar straten een nieuwbouwwijk doorlopend kwam ze uit bij een wat ouder pand, wat behoorlijk afstak met de rest van de wijk. Daar zag hij hoe hij het portiek binnenging. Na een paar minuten zag de dat in een van de appartementen de lichten aangingen. Als ze niet de mogelijkheid had om de misdaden van haar vader ongedaan te maken, dan was het minste wat ze kon doen de persoon die het meest aan hem deed denken het leven zuur te gaan maken. Ze was dan onzeker over haar leven en de richting die ze op wilde. Ze was echter niet onzeker over de nieuw herboren missie die ze voor zichzelf had gevonden. Ze pakte pen en papier uit haar tas en schreef wat ze wilde schrijven, deed het in een envelop en bezorgde dit bij de man in kwestie. Toen ze terugliep voelde ze een vreemde extase door haar lichaam vloeien. Een extase die ze niet eerder had opgemerkt bij zichzelf.

De brief lag in de prullenbak,  toen hij eenmaal zijn appartement had verlaten en hij al aan andere dingen dacht. Wat hij niet begreep was volgens hem ook de moeite van het overdenken niet waard.

Nog steeds opgetogen en blij dat ze eindelijk haar ‘vader’ kon terugbetalen, ging ze met een goed gevoel naar haar werk. Het uitdelen van een plaagstootje was een fijn vooruitzicht. Het idee dat hij zich even niet zo goed zou voelen was een kleine vergoeding in vergelijking met al het leed wat haar was aangedaan. En niemand die er verder wat over hoefde te weten. Behalve zij en die vreselijke man. Reken maar dat hij het zou komen te weten. Eventuele gevolgen zouden voor latere zorg zijn.
Hij liep in een rustig tempo naar het restaurant en stak al lopend een sigaret op. Ergens diep van binnen wist hij dat hij eigenlijk zou moeten stoppen (zoals iedere roker dat ergens wel weet). Maar de werkelijkheid is prima te verdragen als je het relativeert en de oplossing altijd binnen handbereik ligt waardoor er geen haast is geboden. Morgen kan het namelijk ook nog altijd.
Hij moest denken aan de vrouw met het Aziatische uiterlijk die er misschien vanavond zou zijn. Die gedachte stemde hem tevreden. Nu hij er zo  eens over nadacht was ze best wel aantrekkelijk. Zijn tactiek om een vrouw te veroveren was altijd dezelfde. Niet meteen interesse tonen, waardoor hij zichzelf weer aantrekkelijker maakte. Sommige vrouwen hielden van die benadering en hij had er wisselend succes mee gehad. 

Nerveus was ze niet. Eerder opgetogen. Eindelijk was het moment aangebroken om terug te betalen. Dit was nu groter dan wat dan ook. Groter dan haar baan en op dit moment belangrijker dan haar huwelijk. Dit zouden de ketenen waar ze haar hele leven aan vast heeft gezeten, wat losser kunnen maken. Zo moest een acteur zich voelen minuten voordat hij op moest voor de première. Zo moest een astronaut zich voelen, minuten voordat de raket zou worden afgeschoten. Dit was het moment.
In het restaurant was het rustig. Precies zoals ze had verwacht. Door het raam zag ze hem aan komen lopen. De show kon beginnen. Het doek werd omhoog gehesen en de zaal lichten gingen langzaam uit.


Zomergast

Het is een zomeravond en ik kan de slaap niet vatten. De hitte heeft zich vrijwel de gehele dag meester gemaakt van deze stad. Het is bloedheet in mijn slaapkamer en de ramen staan tegen elkaar open. Beetje bij beetje vindt de hitte zijn weg terug naar buiten maar de uitwisseling van warmte en koelte gaat veel te langzaam. Ik draai me tientallen keren om in verschillende posities maar dat helpt allemaal niet. Het is niet dat ik zorgen heb. Het lukt me simpelweg niet om in slaap te komen. Ik ben te wakker. En dat een hond op straat aan het blaffen is helpt ook al niet. Het baasje van de hond roept luidkeels dat de hond naar haar toe moet komen. Ze beseft toch ook wel dat het op deze manier niet gaat werken? Lijn dat beest dan toch gewoon aan! Ik besluit nog wat te gaan lezen. Het boek lijkt naast mijn bed te liggen alsof ik wist dat ik niet in slaap zou komen.

De climax in het verhaal leidt me beetje bij beetje naar het einde van het boek. Maar ik bewaar de ontknoping voor morgen. Niets is zo leuk als het spannendste moment van een boek te bewaren voor een later moment. Of dat laatste stukje van een chocoladereep. De wetenschap dat er iets leuks voor je in het verschiet ligt, maakt de kwaliteit van het leven er op dat moment beter op, daar ben ik van overtuigd. Of nog leuker: vergeten zijn dat je de chocolade nog had liggen en je het dan ineens herinneren. Ik stap uit bed en kijk vervolgens wat televisie. Niet veel soeps. Het enige wat me kan boeien zijn de herhalingen van het journaal en wat trailers van programma's die er aan gaan komen. Het is duidelijk komkommertijd. Ik ga vervolgens terug naar bed om weer proberen te gaan slapen.

Ik denk na over wat ik gezien heb op de televisie. Het journaal liet me demonstraties zien van over de hele wereld. Brazilië, Egypte, China...mensen komen in opstand tegen het beleid van hun regering. Oh ja, morgen is het overigens weer opnieuw drukkend warm, voorspelde de weerman. Na het journaal volgde er een aankondiging van het programma “Zomergasten”. Op de een of andere manier is er ieder jaar veel aandacht voor wie de gasten zijn en wie het presenteert. Terwijl het alleen maar weer een interview programma is. Is dat zo bijzonder? Ik beloof mezelf het antwoord op die vraag eens op te gaan zoeken. Ondertussen beeld ik me in dat ik een van de gasten ben die daar in de stoel zit. De gedachte maakt dat ik er een beetje om moet glimlachen. Waarom zou een eenvoudige man als ik het programma op kunnen vullen van drie uur lang? Maar belachelijk of niet: de gedachte zet zich door. Ik geef mijn mening over het politieke klimaat in Nederland. Dat ik me erger aan het politieke systeem: de coalitievorming. Dat er op die manier weinig overblijft van de partij waar je op hebt gestemd. Hoe kunnen uiterst linkse en uiterst rechtse partijen nu met elkaar gaan samenwerken, terwijl in de campagne blijkt dat hun opvattingen van elkaar verschillen als dag en nacht? Ik geef de PVV ervan langs. Dat Geert Wilders het woordje nuance waarschijnlijk niet kent. 

Maar er is ook ruimte voor positiviteit. Mooie muziek komt er voorbij. Ik vertel dat Johnny Cash´ “For the good times” een van de mooiste vertolkingen ooit is van dat liedje en “Blue Bayou” van Roy Orbison een van de beste nummers ooit geschreven. De muziek klinkt door de studio en de presentator kan zijn tranen nauwelijks bedwingen.
Het komt allemaal voorbij. Televisie momenten die de geschiedenisboeken zijn ingegaan. De Arabische lente, de val van de Roemeense dictator Ceausescu en de eerste maanlanding. Terwijl ik aan het vertellen ben, zwakt de kracht van mijn stem steeds meer af. De lichten in de studio doven langzaam en het beeld gaat beetje bij beetje meer op zwart. De slaap heeft mij eindelijk dan toch gevonden en tot de ochtend geef ik nergens meer mijn mening over. 

Wanneer ik wakker word kan ik me nog vaag herinneren waar ik het over heb gehad toen ik de slaap nog niet kon vatten. Ik besef dat deze uitzending niemand ooit te zien zal krijgen. Maar het was een leuk middel om in slaap te komen. Ik was voor een keer een “Zomergast”. In mijn eigen slaapkamer wel te verstaan. En als ik vanavond weer niet kan slapen, schuif ik opnieuw aan in de studio. Ik was immers nog niet klaar met mijn verhaal.


De belofte van Iona

Ik nam het vliegtuig, toen een trein, vervolgens nog een trein, toen een boot, toen stapte ik in de auto om vervolgens via een pont mij naar het eiland te laten vervoeren.

Het loont om dagenlang onderweg te zijn naar een bestemming die ik gerust bestempel als een van de mooiste waar ik tot nu toe ben geweest. Ik had het gevoel alsof ik aan het einde van de wereld terecht was gekomen, waar tijd slechts een bijzaak is op een plek die zich niets lijkt aan te trekken van de rumoerige wereld die zich daar ergens aan de overkant van het water bevindt. Een stad als Parijs of Londen bezoek je. Het Schotse eiland Iona, daar ben je te gast. 

Plechtig begeef ik me door de gangen van het klooster en nergens zoveel als hier beklijft mij het gevoel dat ik een passant ben uit een andere tijd, een genodigde die het genoegen heeft om hier te zijn. Voor even voel in een scheut van heimwee terwijl ik hier pas koud een half uur ben. Mijn gevoel loopt alvast vooruit op de zaken en ik denk aan de persoon die ik dit alles wil laten zien. Ik zie ons hier al lopen en mijn enthousiasme wordt alleen maar groter op het moment dat de zon het contrast van het landschap nog meer versterkt. Het groen van de heuvel versus het blauw van de lucht. Het wit van de wolken versus het blauw van het water.

Ik heb een voorliefde voor eilanden en ook bij Iona heb ik direct het gevoel van verbondenheid. Eilanden hebben geheimen die ze niet direct prijs lijken te geven voor de mensen die hier maar voor even zijn. Eilanden zijn geïsoleerd, op een romantische manier eenzaam, tevens eigenwijs, en creëren een betoverende sfeer waar ik steeds maar weer in ondergedompeld wil raken. 
Ik zit uren aan het strand en zie hoe de golven op de golven blijven beuken. Een ritmisch spel wat zich al eeuwen lang herhaalt. Ik voel de graslanden onder mijn voeten en door het ongerepte karakter voel ik me veilig en voel ik me thuis, ook al ben ik dat niet maar zou ik dat wel willen zijn. Heuvels worden vlaktes, vlaktes veranderen in weggetjes. Weggetjes komen aan in dorpjes en dorpjes herbergen mensen die het voorrecht hebben om te zeggen dat ze hier wonen.
Een dag lang dwaal ik hier rond maar het is te kort. In gedachten doe ik Iona een belofte en dat is dat hier terug ga komen.
Dan gaan we hier dagen verblijven, de zon onder zien gaan en haar weer zien herrijzen. Dan zullen we ook voor even ervaren dat tijd ondergeschikt is aan wat dan ook en dat alleen de kracht van het ervaren maakt dat we voelen dat we echt leven.
Dat is een belofte die ik waar wil gaan maken. Iona wacht op ons.


Heartbreak Hotel

Hij stond daar tegen zijn zin in maar hij kon niet ontkennen dát hij er nu eenmaal stond. Met in zijn ene hand het handvat van zijn rolkoffer en in zijn andere hand zijn telefoon waar de reservering in te vinden was.
Het gebeurde hem niet vaak dat hij tegen zijn zin in op vakantie gaat maar het was hem ontegenzeggelijk al enkele keren overkomen. De laatste keer was enkele jaren geleden maar hij wist nog precies waar hij zijn koffer had verstopt. Dus toen het moment daar was om zijn kleren bij elkaar te gaan zoeken haalde hij zonder moeite zijn koffer uit de hoek van de schuur, verstopt achter een paar verhuisdozen.
Aan de koffer zat nog een label van zijn vorige bezoek van het Heartbreak Hotel. Hij herinnerde zich nog precies de omstandigheden uit die tijd, hoe hij zich voelde en de tijd die het hem kostte om de draad weer op te pakken. Maar dat was toen en hij leefde vandaag al waren er wel een paar overeenkomsten. De bal van modder die hij voelde rond zijn hartstreek voelde net zo zwaar als toen en ook nu had hij geen idee hoe lang zijn verblijf in het hotel zou gaan duren. Het kon een week zijn, twee weken, een maand.
Hij wist het niet dus toen hij zijn voordeur op slot had gedraaid en naar zijn auto liep ging hij op pad met flink wat bagage. Zowel geestelijk als fysiek. 


De route naar het Heartbreak Hotel was bekend. Hij reed naar de plek waar nagenoeg geen geluid te horen was. Voor veel mensen zou de stilte een heerlijk vooruitzicht zijn maar in het Heartbreak Hotel werd dit doorgaans als minder prettig ervaren aangezien mensen dan met hun eigen gedachten werden geconfronteerd. In dit stadium van zijn leven wilde hij daar liever niet aan toegeven. Maar regels zijn regels en in het Heartbreak Hotel is het verboden om naar muziek te luisteren, naar de televisie te kijken (en dus is er in het hele gebouw geen televisie te vinden) en bij binnenkomst word je geacht je telefoon in te leveren bij de receptie. De nors kijkende receptioniste (zij werkt er al sinds hij daar komt) kent de regels van binnen en buiten en herinnert je maar al te graag wat er van je wordt verwacht:

-Blijf ten alle tijden op uw kamer.
-Alleen bij gevaar (brand, aardbevingen) en wanneer het verblijf ten einde is mag de kamer worden verlaten.
-Muziek is ten strengste verboden.
-Er mag niet worden gesproken.

¨Uw wordt inderdaad verwacht¨, antwoordde de receptioniste toen hij vertelde wie hij was.
¨Heeft u enig idee hoe lang ik deze keer moet blijven in dit godvergeten oord¨, vroeg hij tegen beter weten in.
¨Dat weet niemand, meneer. Als ik een kwartje zou krijgen voor iedere keer als ik die vraag aan mij gesteld zou worden, dan was ik binnen de kortste keren schathemeltje rijk.¨
Hij wist ook niet waarom hij de vraag stelde. Diep van binnen had hij de stille hoop dat iemand een vooruitziende blik zou hebben maar in Heartbreak Hotel kan niemand in de toekomst kijken, net zo min dat men dat daarbuiten wel kan.
¨U mag uw bovenlijf even ontbloten.¨ Ook dit is een standaardprocedure. Hij knoopte zijn overhemd los en met een stethoscoop onderzochte ze zijn borst. ¨Ja, dat is duidelijk¨, merkte ze op na enkele seconden. Ze luisterde nog wat meer. ¨Uhum, mmh, ja, ja…ik heb genoeg gehoord. Als u hier wilt tekenen dan maken we dit in orde met uw zorgverzekering¨
Uw kamernummer is 2203, vierde verdieping, aan het einde van de gang.¨
Hij omarmde hij zijn lot en liep hij met zijn koffer naar kamer naar de lift, op weg naar zelfisolatie. Niet vanwege een pandemie, niet vanwege een ander soort ziekte. Hij was daar vanwege wat hem was overkomen toen hij iemand had leren kennen. Of beter: wat er nadien met met hem was gebeurd. Het verblijf in het Heartbreak Hotel was een vloek en een zegen tegelijk. Wanneer hij het hotel weer zou verlaten was de bal van modder opgelost en voelde hij zich weer als herboren. Tot die tijd was hij aangewezen op zichzelf en voerde hij de innerlijke strijd om zich los te weken van het verleden en een onderdeel te worden van zijn toekomst.

Ook al voelde hij dat nu nog niet, Heartbreak Hotel is de plek waar er hoop is voor wat er komen gaat, al is de liefde er verdwenen. De naam klinkt genadeloos in de oren en zo ervaart hij dat ook. Niets ontziend, zoals het leven zijn kan.


¨Welkom in het Heartbreak Hotel. De datum van aankomst is niet te voorspellen en uw vertrek ligt in onze handen. Wij wensen u een oorverdovende stilte tijdens uw verblijf en een voorspoedig herstel!¨


Quality Time 

Wat onder quality time wordt verstaan is voor een ieder mens weer anders. Waar de een blij wordt van zoveel mogelijk vrije tijd door te brengen voor de televisie of het lezen van een boek haalt de ander zijn of haar geluk uit de aanwezigheid van andere mensen. 
Bij mij kan quality time een hoeveelheid zijn van verschillende dingen. Helemaal opgaan in een goed boek is inderdaad een van de beste manieren van tijd besteden.
Nu het jaar de laatste weken ingaat besef ik dat het afgelopen jaar in het teken heeft gestaan van ontmoetingen met veel verschillende mensen. Mijn nieuwe baan heeft me die kans gegeven en dat is tot op heden een voorrecht geweest. Ik ervaar het als een verrijking om je te kunnen verdiepen in de verhalen van andere mensen die je weg kruisen. Om mezelf te begeven in de energie van anderen kan mij ook weer energie opleveren en mij echt het gevoel geven dat ik leef.
Het is net als het lezen van een krant of kijken naar het journaal, je wordt er nooit slechter van en het levert je altijd iets op. Veel mensen inspireren op verschillende levels. Sommigen zijn gewoon plezierig in de omgang maar laten zich niet zo snel in de kaarten kijken, anderen zijn wat meer open en delen sneller wat hen bezighoudt. Sommigen zoeken naar diepgang, anderen houden het bij een kletspraatje over de dagelijkse gang van zaken. Uit beide haal ik voldoening. 

Ik kijk met veel genoegen terug op 2021. Ik kijk terug op eindeloze gesprekken over het gevoelsleven op een terras in Brabant tot de late uurtjes na een dag te hebben gewandeld. Gesprekken over de verwondering in Zeeland dat de paden van twee mensen elkaar bij toeval hebben gekruist met een waardevolle vriendschap tot gevolg. 
Ik kijk met genoegen terug op het steeds beter leren kennen van collega´s. Van het bekende aftasten aan het begin tot de openheid naar elkaar van vandaag de dag. De emoties die over de tafel rolden tussen relatieve vreemden nadat er een gevoelige snaar bij de een of bij de ander werd geraakt. De gesprekken over helemaal niets wat onderbroken werd door lachsalvo's wat me doet realiseren dat het dus wel degelijk ergens over is gegaan. De mensen die voorbij zijn gekomen en bijna zonder spoor weer zijn verdwenen, de mensen die zijn blijven hangen en waarvan ik oprecht hoop dat ze dat ook blijven doen. Allemaal mensen, allemaal de moeite waard. De mensen die ik al jaren ken en die hebben ook nu weer bijgedragen aan vele mooie momenten. 

Ik ben soms graag op mezelf en ik heb niet op ieder moment mensen nodig. Maar heel vaak ben ik toch graag in hun gezelschap, verrijken ze mijn leven en geven ze kleur aan de dag. Hoe verschillend ze ook zijn, uit ieder mens is iets te filteren wat hen de moeite waard maakt. Dat is voor mij leven, dat is het vinden van geluk, dat is voor mij quality time. 


De Blauwe Kamer

Een doordeweekse nacht, de klok geeft aan dat het even na twaalven is. Ik kan de slaap niet vatten en zelfs op de mij zo geliefde linkerzijde lukt het niet om te ontspannen. Ik voel me net een droogtrommel, want ik blijf maar draaien. Mijn gedachten gaan alle kanten op, er lijkt geen rem op te zitten. Als het in mijn bovenkamer wat rustiger zou zijn, dan was het voor mij een stuk gemakkelijker geweest om te genieten van mijn nachtrust. Tegen beter weten in stel ik mezelf vragen waar ik geen antwoord op heb en zelfs al zou ik ze wel hebben komen daar weer nieuwe vragen voor in de plaats. Ik zit gevangen in een oneindige draaikolk en ontsnappen aan de spiraal lijkt onmogelijk te zijn.

¨Wat heb ik gisteravond allemaal gezegd?¨, ¨Wat heeft zij gezegd?¨, ¨Hoe zou ze mijn woorden hebben opgevat?¨, ¨Wat zou ik anders hebben gedaan als ik het over kon doen?¨ Vragen die net zo nutteloos zijn als dat ze vermoeiend zijn. In mijn hoofd speel ik de tape frame voor frame af. Op deze manier lig ik hier nog uren wakker en met de drukke dag die op mij wacht besluit ik dat het tijd is om hulp in te schakelen. Ik ga te rade bij mezelf en sluit weer de ogen.


Ik kom niet vaak in de Blauwe Kamer maar als ik er ben is het omdat ik er ook echt wil zijn. Waarom het hier fel blauw is verlicht, is mij een raadsel maar het is wat het is. Maar het is niet het uiterlijk van de ruimte waar ik hier voor ben gekomen.
Aan de tafel zit een andere versie van mezelf. Hij is zelfverzekerd en straalt rust uit. De andere ik geeft aan dat hij me al had verwacht, want hij kent me als geen ander. Dat ik al uren lag te woelen is voor hem geen verrassing. Ik hoef nooit een afspraak met hem te maken, want zodra ik de Blauwe Kamer wil betreden heeft hij direct tijd voor mij. 
Ik ga zitten en vertel een korte versie van de reden waarom ik niet kan slapen en waarom ik lig te piekeren. Eigenlijk hoef ik niet veel te zeggen want de andere ik weet van de hoed en de rand. Maar toch, ik merk dat het nu al enigszins orde in de chaos brengt wanneer ik mezelf ¨hardop¨ hoor praten over wat me bezig houdt. Het is alsof zorgen daardoor tastbaar worden, alsof ik ze letterlijk voor mij op tafel zie liggen.
Om het nog meer te verduidelijken stelt de andere ik vragen die mij aan het denken zetten. Beetje bij beetje wordt de schil verwijderd en in stukjes voor mij neergelegd. De kluwen wol wordt ontrafelt waardoor ik het geheel weer overzie.
De andere ik loopt naar het bord aan de muur en gezamenlijk zetten we voors en tegens op een rij en de slotsom is uiteindelijk dat haar op afstand houden het verstandigste is wat ik kan doen. Dat de kans dat ik heel blij ga worden niet groot zal zijn, en ik uit zelfbescherming maar niet teveel mijn best moet gaan doen.
Wat ik in de Blauwe Kamer doe is in gesprek gaan met mezelf, zonder te verzwelgen in zelfmedelijden maar in plaats daarvan mezelf stevig aan de tand voelen om zo tot een eerlijk en gewogen oplossing te komen. En het werkt, want door het vele gepraat val ik alsnog in slaap en word ik ´s ochtends met een opgelucht gevoel wakker.
De richting die ik op moet gaan is helder, de koers is bepaald. En mocht ik toch weer twijfelen over de weg die ik ben ingeslagen dan is er altijd weer de Blauwe Kamer. Waar ik naar mezelf kan luisteren, net zolang het weer duidelijk is wat ik moet gaan doen. Het is doelgericht piekeren, een uitstekende vorm van zelfhulp en de beste manier van in slaap komen die ik iedereen kan aanbevelen wanneer het stormt in je hoofd.


De volgende avond ga ik toch weer langs. Ik voel me ontspannen maar om even na te praten kan geen kwaad. De andere ik zit er, verwelkomt mij en vraagt hoe het met me gaat. En nog voordat ik een woord heb uitgesproken val ik al in slaap. De Blauwe Kamer is voor mij een van de beste niet bestaande plekken. 


Over de zin van het leven

Net zoals voor iedereen is het leven voor mij een doorlopend leerproces wat geen einde lijkt te kennen. Naarmate ik ouder wordt en steeds meer mensen de revue passeren is het alsof ik steeds hoger op de trap kom te staan en bepaalde dingen ook steeds duidelijker worden dan dat ze ooit zijn geweest. Ik zie vroegere versies van mezelf op lagere treden staan, worstelend met de vragen van toen. Vragen waar ik nu wel een antwoord op denk te hebben. Let wel, denk te hebben. Want een van de lessen die geleerd heb is dat waar ik vandaag zeker van ben morgen anders kan zijn. Het heeft me veel gebracht dat bepaalde zekerheden niet in beton zijn gegoten maar door invloeden van buitenaf en persoonlijke ontwikkeling kunnen veranderen. Bijvoorbeeld het idee dat ik andere mensen moet vertellen wat wel en niet goed voor ze is. Ooit dacht ik dat het aan mij was om ze dat bij te brengen maar van dat idee ben ik nu wel afgestapt. Ook het leren omgaan met emoties is iets wat ik heb moeten leren. Wat dat betreft ben ik dankbaar voor de mensen die op mijn pad zijn gekomen, ze hebben mede geholpen de buitenste schillen helpen af te pellen om zo tot de kern te leren komen.
De kern van wie ik ben en de kern over de zin van het leven.

Als je het wetenschappelijk bekijkt dan zou je kunnen zeggen dat het in stand houden van je eigen soort de zin van dit alles is. Evolutionair gezien heb ik er belang bij dat ik mijn DNA doorgeef aan een volgende generatie. Maar als je het op die manier ziet is dat best een leeg bestaan want dat zegt niets over de daadwerkelijke invulling van mijn leven. Ik ben namelijk niet continue bezig om mijn dna door te geven en dat is gelukkig niet hetgeen waar mijn leven om draait. De invulling is voor een ieder weer anders maar in mijn geval is persoonlijke groei erg belangrijk. Nogmaals, mijn essentieel is niet de essentie van een ander. Iemand kan bijvoorbeeld zijn of haar hele leven gebouwd hebben om het creëren van een gezin en daarnaast niet zoveel uitdagingen hebben. Dat is prima, er zijn geen vaststaande regels voor wat zinnig is en wat niet.

Er is nog iets anders wat het leven voor mij zin geeft en dat is het doorgeven van het licht.
¨Behandel een ander zoals jezelf behandeld wilt worden¨. Ik niet precies aangeven wat het moment is geweest waardoor deze uitspraak voor mij is gaan leven. Het is een sluimerend proces geweest wat zich langzamerhand meester van mij heeft gemaakt. Mijn werk als hulpverlener zal daarbij ongetwijfeld een rol in hebben gespeeld maar ook op persoonlijk vlak ben ik natuurlijk niet stil blijven staan.
We moeten ook niet heel zwaar tillen aan het belang van ons bestaan. Mijn voetafdruk zal niet voor altijd in beton gegoten zijn en hoe het ook met de mensheid zal aflopen, het universum trekt zich er niets van aan. Op kosmische schaal zijn wij totaal niet belangrijk. Maar hoe nietig de mens ook is, ik vind het wel belangrijk om in dat relatief nietige en vergankelijke leven geluk en significantie na te streven. Op zich is dat ook al een mooi levensdoel.

 

Er was een tijd dat ik geloofde dat God aan de basis stond van het leven en dat het God was waar ik ook na mijn dood naar toe zou gaan. Ik heb dat idee langzaam maar zeker los gelaten. Het idee dat een schepper een plan heeft gehad met deze wereld staat nu ver van mij. Wel geloof ik in het goddelijke in jezelf, streven naar de beste versie van en dat je daardoor ook goed voor anderen kunt zijn. Dat bedoel ik met het doorgeven van het licht. Investeer in kennis over jezelf, over de wereld zoals deze was en is. Streef naar groei en zorg goed voor jezelf, relativeer, wees authentiek en haal je schouders zo nu en dan op over dingen. Wees dankbaar en bescheiden.
Dit is wat ik probeer te bereiken. Het doorgeven van hetgeen wat ik heb mogen ontvangen via andere mensen. Op deze manier zin geven aan het leven is een vorm van zingeving die mij wel bevalt. 


Een ontmoeting met mezelf

Vanaf de ingang van de supermarkt was het niet ver meer. Even doorlopen naar de weg en vanaf daar had je uitzicht op de speeltuin. De speeltuin waar ik meer voetstappen heb liggen dan waar dan ook. Als ik mezelf ergens zou kunnen vinden dan was het daar wel. Een andere plek was het schoolplein maar daar was niemand te bekennen. Het lag er verlaten bij en het enige geluid was dat van de bladeren die werden meegenomen door de wind.

Daarvoor had ik mijn geluk nog beproefd bij het plaatselijke busstation maar aangezien het vandaag zondag is en er weinig bussen rijden leek me dat ook niet voor de hand liggend. En inderdaad, het busstation lag er verlaten bij. Geen groepjes mensen waar ik altijd tussen stond te wachten, geen voorbij zoevend verkeer, geen fietsers die onderweg waren naar waar dan ook. Ook hier was ik niet te vinden.
En dus liep ik twintig minuten richting het noorden, naar de plek waar ik was geboren en waar ik het grootste gedeelte van mijn jeugd heb doorgebracht. Voorbij het schoolplein, langs de supermarkt richting de speeltuin. Langs huizen die ik me nog herinner uit mijn jeugd, lopend over stoeptegels die mij jaren eerder hebben gedragen en dat nu weer doen.
De weg oversteken, de brug over en met elke stap kwamen de zandbak, het klimrek en de schommels steeds dichterbij. Daar op een van de bankjes zag ik iemand zitten en al snel herkende ik het rode shirt, de blauwe korte broek en het platte blonde haar. De zoektocht was ten einde want daar zat ik dan.
Ik weet nog dat ik vroeger erg verlegen was en dus hield ik afstand. De kleine ik zat in de zon met een krijtje in zijn hand tekeningen te maken op het bankje. Tot nu toe ziet hij me niet want de kleine ik leek op te gaan in zijn eigen wereld, zich niet bewust van wat er om zich heen gebeurde.

Het was op een bepaalde manier ontroerend om mezelf zo te zien zitten, wetende wat hij nog allemaal zou gaan beleven. De fouten die hij zou maken, de mensen die hem zouden kwetsen.
Een diep verlangen maakte zich meester van mij om hem te waarschuwen voor alles wat deze jongen nog te wachten stond. Ik wilde als het ware naar hem toe lopen, naast hem gaan zitten en de grote lessen van het leven geven. Maar bijna tegelijkertijd bedacht ik me, want wat zou het gaan uithalen. De jongen die daar zat was nauwelijks ouder dan een jaar of zes dus hij zou niks begrijpen van wat ik zou zeggen. En dus besloot ik dat ik mijn afstand zou bewaren en hem zelf zijn lessen zou laten leren. Zonder de hulp van mijn ervaringen.
Ik ging zitten in het gras op ruime afstand van de jongen die later de man zou worden die ik nu ben. Hij keek op en zag me zitten. Toen we elkaar aankeken hief ik mijn hand op en zwaaide. De jonge ik leek even te twijfelen maar zwaaide vervolgens terug.
Toen stond hij op liep weg. Op weg naar de toekomst, op weg naar de meeste van mijn herinneringen. Ik had hem zoveel willen vertellen, ik had hem voor zoveel dingen willen behoeden maar al is mijn leven het zijne, toch is het niet aan mij om het verschil uit te leggen tussen wat goed is en wat niet. Het is niet aan mij om hem te sturen in zijn keuzes.


De kleine ik is inmiddels uit het zicht verdwenen. Vermoedelijk op weg naar een van zijn vriendjes die wonen in de buurt. Dezelfde vrienden die hij jaren later uit het oog zou verliezen omdat dat nu eenmaal gebeurt. Mensen komen en gaan en je kunt ze niet allemaal bij je houden, want de paden die je bewandelt lopen soms evenwijdig maar vaak ook niet.
Ik besluit mijn weg te vervolgen, de weg naar mijn eigen wereld van vandaag de dag. Op weg daar naar toe denk ik aan de kleine ik en alles wat hem nog te wachten staat, aan dat alles wat voor mij in het verleden ligt. Zoals bij een ieder zal ook voor hem het leven soms goed gezind zijn en soms zou het hem pijn doen. Maar als hij over tientallen jaren weer op deze plek is, zou hij beseffen dat het allemaal niet voor niets is geweest en dat hij nu eenmaal een tevreden man is. 

 


Golven die omarmen

Na een zomer vol dramatiek en verdriet, besloot hij dat tijd was om er voor een paar dagen tussenuit te gaan. Lang nadenken over zijn bestemming hoefde hij niet. Hij zou zijn koffer pakken en vertrekken naar een van de Waddeneilanden. Als er ergens een plek was om tot rust te komen, dan was het daar. Zee, strand, bossen, pittoreske dorpen en vooral heel veel stilte. Ideaal voor hem met de gemoedstoestand die hij toen had. Spontaan had hij zijn verblijf geboekt en een paar dagen later vertrok hij. Onderweg met trein, bus en boot met een van de mooiste plekken in Nederland als eindbestemming.

Eenmaal aangekomen gooide hij zijn koffer op het bed. Zin om uit te pakken had hij niet maar het vooruitzicht om straks voor even te mogen verdwijnen in de bossen, was een mooie stok achter de deur. De daaropvolgende dagen maakte hij lange wandelingen, zonder iemand tegen te komen. Weilanden gingen over in bossen. Bossen gingen over in duinen. Het was net zo rustgevend als wonderschoon. Hij was letterlijk ver verwijderd van het toneel waar het drama zich had afgespeeld. Weglopen van je gevoelens had hij nooit gekund. Hij nam ze dus met zich mee om ze hier op het eiland te filteren. Zoals sneeuw smelt in de zon, zo ging ook de inwendige storm liggen, door de kalmte die het eiland uitademende. Negatieve emoties leken meegenomen te worden door de wind. Tijdens de wandelingen was hij vaak in gesprek met zichzelf. Over hoe dit allemaal had kunnen gebeuren, wat hij goed had gedaan, wat hij voor een volgende keer niet moest vergeten en het belangrijkste; hij dacht aan de toekomst.
Wat die toekomst ook brengen zou, hij wist dat hij de sleutel tot gelukkig zijn zelf in handen had. Ongeacht wat andere mensen ervan zouden vinden. Hij zou doen wat hem kon helpen, de weg naar boven weer te vinden. Als dat betekende, dat hij zich een paar dagen zou opsluiten op een eiland, dan was dat maar zo.

De uitwerking van het alleen zijn stelde hem niet teleur. De laatste jaren was hij regelmatig te vinden op een van de eilanden en dit bezoek, bevestigde alleen maar waarom hij er zo graag kwam. Op zoek naar rust en hij vond rust. Op zoek naar positiviteit en hij vond het.
Na enkele dagen, toen hij terug was op het vaste land, voelde hij zich blij en de bevestiging dat hij de juiste keuze had gemaakt, deed zijn zelfvertrouwen goed. De weg was nog lang en niets ging zonder vallen en opstaan. Maar de wind op het eiland had hem in de juiste richting geduwd. De golven die het eiland al die tijd omringde, hadden daar zijn ziel omarmd.