Hello Sunshine

Sommige artiesten zijn als pindakaas. Ze lijken er altijd al te zijn geweest. Bruce Springsteen is een van die artiesten. Hij keert steeds weer terug, ook al luister ik niet dagelijks naar zijn muziek. Maar dan is het alsof hij bij me aanbelt en zegt: “Ik ben er nog steeds. Je bent me toch niet vergeten?”

Mijn vroegste herinnering aan The Boss? Ik moet een jaar of negen zijn geweest. Met tien gulden in mijn broekzak liep ik in Pijnacker de winkel Dubbel D binnen. Naast fotoapparatuur verkochten ze ook platen. Iedere week stonden er veertig vinyl singels keurig gerangschikt achter de toonbank, zodat je precies kon zien wie de nummer een was van die week. Het is 1985 en Bruce Springsteen domineert de top 40 met zijn plaat “I’m on Fire”. Die single is tevens de reden waarom de winkel ben binnengestapt. Als fervent luisteraar van de radio was dit nummer me al snel opgevallen. Ik heb de leeftijd bereikt waarop ik uitgebreide muziekwereld steeds meer begin te ontdekken. Het is het jaar van Live Aid, de terugkeer van Queen, het jaar van “Out of Touch” van Daryl Hall and John Oats, We Are The World en “Sussudio” van Phil Collins. Maar ik ben nog niet zo oud dat de tekst mij doet verbazen. (“Hey little girl is your daddy home, did he go away and leave you all alone, I got a bad desire”)
Met zachte hand word ik echter weer naar de uitgang van de winkel gedirigeerd. Het is de tijd waarin winkeliers in de middag nog een uurtje dichtgaan om een boterham te eten. Daar had ik even niet bij stil gestaan maar ik had het kunnen weten. Ik kwam namelijk wekelijks bij Dubbel D. Gewoon even door het aanbod van vinyl te neuzen en natuurlijk om het nieuwste exemplaar van de top 40 op te halen.
Later die dag kom ik (vastberaden als ik ben) alsnog terug om de plaat te claimen. Ik leg het geld op de toonbank en zodoende de single dan toch van mij. Bruce is hot. Samen met andere grootheden als Madonna en Michael Jackson domineert hij de jaren ’80. Zijn platen draai ik in die tijd letterlijk grijs. Alle singels van de LP “Born in the USA” ken ik als mijn broekzak en de videoclips van dat album op MTV zijn voor mij vertrouwd.


Een aantal jaar later zit ik met mijn vader voor de televisie. We kijken naar het concert “Roy Orbison and Friends – A Black and White Night Live”. Er staat een reeks van sterren op het podium met Orbison.  
Jackson Browne, Elvis Costello, Bonnie Raitt, Tom Waits en Bruce Springsteen. Bruce is een fan van de “Big O” en heeft dat in een speech tijdens de Rock and Hall of Fame in 1987 niet onder stoelen of banken geschoven.
“In 1975, when I went into the studio to record, Born To Run, I wanted to make a record with words like Bob Dylan, that sounded like Phil Spector’s productions, but most of all I wanted to sing like Roy Orbison. Now, everybody knows that nobody sings like Roy Orbison.”

Tijdens het concert zingen ze gezamenlijk “Dream Baby (how long must I dream)” en “Oh, Pretty Woman”. Een onvergetelijk concert, twee onvergetelijke zangers met allebei een uniek stemgeluid.

Vele jaren later. Het is inmiddels 2016 en ben in die tijd druk bezig met het schrijven van een nieuw boek. Op de radio hoor ik de rauwe stem van Bruce maar het lied is mij onbekend. Google weet alles en al snel ontdek ik dat het hier gaat om “Working on a dream”. Het zou de soundtrack worden van het project waar ik toen mee bezig was. (“I’m working on a dream, though it can feel so far away”) Ik lieg niet als ik zeg dat dit nummer van grote invloed is geweest op mijn boek. Wanneer de inspiratie ver te zoeken was, ook wanneer de woorden uit mijn vingers stroomden, draaide ik dat nummer tijdens mijn schrijfsessies. Het was een van die periodes dat Bruce weer bij mij om de hoek kwam kijken.
In 2019 kwam ik Bruce Springsteen weer tegen en ditmaal waren de omstandigheden minder gunstig. Mijn relatie liep stuk en rond die tijd bracht Bruce het lied “Hello Sunshine” uit. Een titel die in schril contrast stond met mijn gevoelens van die tijd. Wanneer het “Hello Darkness” had geheten, was het meer op toepassing geweest. Maar desondanks stond “Hello Sunshine” steeds op repeat. Voor de mensen die het niet kennen, het is het beluisteren meer dan waard. Stel je eens voor dat je in de auto zit, onderweg bent naar nergens en je wilt vluchten voor je gevoelens. “Miles to go is miles away”. “Hello Sunshine” is het verhaal van een man die verlangt naar normaliteit en geluk. En weer wist Bruce Springsteen de juiste snaar te raken, zoals hij dat bij mij al zo vaak heeft gedaan.
Ik kijk uit naar het moment dat The Boss weer op mijn pad verschijnt en doet waar hij een meester in is: mij binden aan zijn muziek, zoals hij dat bij miljoenen mensen al decennia lang heeft gedaan.
Misschien is de kroning op al die jaren Bruce het bijwonen van een concert. Gewoon als een soort van “dank je wel”. Vooruitlopend op dat eventuele concert heb ik de LP “Western Stars” via het internet in bestelling staan. Geheel zonder het risico dat ik de winkel weer word uitgestuurd.


Elvis

We hebben allemaal zo onze herinneringen aan Elvis Presley. Is het niet dat ene nummer, dan is het wel een bepaald optreden, de looks of zijn plotselinge overlijden. Of het is de wetenschap dat onze vaders en moeders van jongs af aan Elvis in hun harten hebben gesloten. Voor mij staat Elvis voor een aantal gedenkwaardige optredens (Comeback Special 1968, Aloha From Hawaii 1973) maar ook voor raadsels. Waarom schreef hij niet zijn eigen liedjes, waarom trad hij nooit op in Europa en wie waren toch die mensen waarmee hij zich omringde? Wanneer je zo groot ben als Elvis dan wordt de legende achter de zanger groter dan de zanger zelf. De legende overstijgt de artiest en diens muziek. Dan vergeten we soms de puurheid van de artiest en de kwaliteit van zijn liedjes. Ik vroeg me af wat Elvis voor mij zo goed maakte. Met die vraag in mijn hoofd liep ik de bioscoop binnen.

De film ‘Elvis – That’s The Way It Is’ is verschenen ter gelegenheid van de 85e verjaardag van The King. Het betrof een registratie van de serie concerten die hij in Las Vegas gaf in 1970. De docu toont de voorbereidingen op het concert als zowel grote delen van het optreden. Het bioscooppubliek bestond deze avond uit een mix van veertigers en alles wat daar ruim boven zit. Een enkeling droeg een T-shirt van de ‘man himself’. Naast mij zit een vrouw van dik in de zeventig. Gedurende de voorstelling weet ze haar handen en benen nauwelijks stil te houden. Van enig gevoel van ritme is weinig te bespeuren maar dat terzijde.

We zien de legendarische TCB band die van augustus ’69 tot aan zijn dood in 1977 zijn begeleidingsband vormde. James Burton is naast Elvis het bekendste gezicht op het podium. In de jaren ’60 stond hij met de Everly Brothers en Emmylou Harris aan de wieg van countryrock. Verder heeft de beste man de afgelopen decennia samengewerkt met grootheden als Jerry Lee Lewis en John Denver.

Halverwege de film merk ik dat ik alleen maar glimlachend naar het scherm zit te kijken. Ik geniet van de humor die Elvis met zich meedraagt, de interactie met zijn band en niet te vergeten de voortreffelijke muziek. Het nummer ‘Twenty Days and Twenty Nights‘ is mij onbekend maar kan later meteen in het rijtje van Elvis favorieten worden opgenomen. Het is mede gecomponeerd door Ben Weisman. De man die bijna zestig nummers voor Elvis schreef.

Er is veel wat ik nog niet weet over Elvis maar dat hij nerveus was voor optredens wist ik dan weer wel. Vlak voordat hij op moet staat zijn bezwete gezicht strak van de spanning. Maar als hij dan eenmaal het podium heeft betreden is er geen houden meer aan en gaat hij los. Het publiek is uitzinnig en Elvis wervelt van klassieker naar klassieker. Van ‘I’ve Got a Woman‘ (Ray Charles cover) naar ‘Don’t Cry Daddy‘ naar ‘All Shook Up‘ en ‘Blue Suede Shoes‘ van Carl Perkins. De muziek staat na al die jaren nog steeds als een huis en de combinatie met zijn oogverblindende charisma maakt deze film een ware belevenis.

Van aandacht van het vrouwelijk schoon is geen gebrek. In die tijd kenden men nog geen selfies en in de plaats daarvan werd er gezoend met Elvis. Als mieren staan ze te krioelen bij het podium en Elvis heeft het er maar druk mee. Een van zijn fans overhandigt hem een zelfgemaakte tekening, waarop hij antwoordt met die typische Elvis humor: “Is dat Engebelt Humperdinck?” Het hoogtepunt van de avond is een sublieme vertolking van ‘Suspicious Minds‘.

Ik beleef de reïncarnatie van Elvis vijftig jaar na dato van dichtbij. Hij zit vol energie en vocaal is hij op zijn best. Gedurende de volgende zeven jaar zou hij meer dan 600 shows geven in Las Vegas welke allemaal uitverkocht raakten. Als de lichten in de bioscoop weer aan gaan, weet ik weer wat Elvis voor mij betekent. Het is de muziek die eens te meer voorop staat. De mystiek is weer naar de achtergrond geduwd. De oma naast mij heeft ondanks haar gebrekkige ritme de avond van haar leven gehad. Haar dochter geeft toe dat Elvis “toch wel goede muziek heeft gemaakt”.

En dat kan ik alleen maar beamen als ik zeer tevreden de bioscoop verlaat. Long live the King! 

 


De man in het zwart


Ik had Johnny Cash nog graag zien optreden. Tegen de tijd dat ik hem en zijn muziek ben gaan leren kennen, was hij al overleden. Natuurlijk wist ik voor die tijd wie hij was, maar ik had me nooit in hem verdiept. Ik kende wat liedjes uit zijn beginperiode bij Sun Records. Het label waar ook andere grootheden als Jerry Lee Lewis, Elvis Presley, Carl Perkins en Roy Orbison furore hebben gemaakt. Een jaar na zijn dood zag ik op de BBC een documentaire over hem. Het was een indrukwekkend geheel, wat mij heeft geprikkeld om meer over hem te weten te komen. Ik kocht wat platen en ging op zoek naar het leven achter de artiest.


Ik zag de film "Walk the line" in de bioscoop. Een prachtig biografie over Johnny Cash en zijn vrouw June Carter. Vanaf dat moment was ik om. Ik had genoeg gezien en gehoord om overtuigd te zijn van het nieuwe feit, dat ik een fan geworden was van Cash.
Wat spreekt mij zo aan in hem? Een optreden uit 1971 vat het eigenlijk goed samen. Voor het eerst brengt hij die avond het lied "Man in Black" ten gehore. Slechts een paar uur daarvoor heeft hij het nummer voltooid. Hij staat in Nashville voor een zaal met studenten. Johnny Cash is de onderwijzer. Terwijl hij het lied zingt, kijkt hij de mensen in de zaal in de ogen. Het is alsof hij, al zingend, hen iets bij wil brengen. "Man in Black" is een protest song. Veel mensen in het land zijn tegen de oorlog in Vietnam. Een jaar eerder werden er vier studenten doodgeschoten in Ohio, wat bekend staat als het "Kent State-bloedbad". Johnny kijkt de zaal rond zingt en onderwijst. Over de oorlog. Over de ongelijkheid in de samenleving.

"We're doin' mighty fine, I do suppose,
In our streak of lightnin' cars and fancy clothes,
But just so we're reminded of the ones who are held back,
Up front there ought 'a be a Man In Black"

"Het gaat goed met ons. Maar denken we ook aan degene die achtergesteld zijn?"
Hij heeft een enorm charisma, terwijl hij daar zo staat. Het is alsof hij de vader is van het land. De jonge mensen in de zaal luisteren aandachtig naar zijn woorden. Hun ogen stralen bewondering uit. 

 "I'd love to wear a rainbow every day,
And tell the world that everything's OK,
But I'll try to carry off a little darkness on my back,
'Till things are brighter, I'm the Man In Black"

Wat volgt is een staande ovatie. De leraar heeft gesproken. Een bijzonder college, wat men nog lang bij zal blijven.
Natuurlijk is er meer dan dit optreden en het lied "Man in Black". De man lijkt alles te hebben ervaren, wat een mens kan overkomen. Leven in armoede, een broer verliezen, de steile weg naar populariteit bewandelen, gebroken relaties, drugsgebruik, verguist worden door velen....zijn leven was letterlijk rock and roll. Als ik zijn live-albums beluister, die hij heeft opgenomen in de gevangenissen San Quentin en Folsom, dan besef ik dat hij eens van de weinigen is geweest, die daar heeft mogen zingen. Hij heeft namelijk beleefd wat die mensen hebben beleefd. Johnny Cash heeft recht van spreken. Juist omdat hij geen heilige is geweest en de harde lessen van het leven heeft geleerd.
Een van de laatste nummers die hij uitbracht is het nummer "Hurt". Het is een cover van de Amerikaanse rockband Nine Inch Nails. Producer Rick Ruben trekt Cash een paar jaar eerder uit de vergetelheid en maakt opnieuw een icoon van hem. De videoclip is legendarisch en Johnny kijkt daarin terug op zijn leven. Hij kijkt zijn sterfelijkheid recht in de ogen.
Kort na de opnames overlijdt zijn vrouw June aan complicaties na een hartoperatie. Johnny Cash, in diepe rouw, overlijdt zelf 3 maanden later in september van 2003.
Pas een jaar later begin ik pas met het het ontdekken van zijn leven en zijn muziek.
Helaas heb ik hem dus niet meer zien spelen. Een college "Levenslessen" van meneer J.R. Cash, was me heel wat waard geweest.



Walk
 On


Roy Orbison is een man die in zijn leven veel leed heeft meegemaakt. In 1966 verloor hij zijn vrouw bij een motorongeluk. Twee jaar later verloor hij twee van zijn drie kinderen bij een brand in zijn woning. Zoveel hartzeer bracht in het geval van Roy Orbison de beste muziek in hem naar boven. Op mijn elfde jaar beleefde ik mijn eerste concertervaring. Met mijn vader reisde ik af naar Ahoy, Rotterdam om daar Roy Orbison te zien en te horen zingen. Een avond die ik nooit meer zal vergeten.

Ik kende Roy Orbison maar al te goed. Vanaf het moment dat ik mijn wieg lag, moet ik zijn muziek al hebben horen klinken. Liedjes als ‘It’s Over’, ‘Crying’, ‘Only the Lonely’ en ‘Oh, Pretty Woman’ waren voor mijn inmiddels even vertrouwd als pindakaas. Dat kan ook niet anders, aangezien mijn vader een van de grootste fans op aarde is. Hij heeft al zijn LP’s en heeft hem verschillende keren mogen ontmoeten. En daar zat ik dan, in afwachting van wat er zou komen. Rechts zat mijn vader, links van mij zat een man die een praatje met maakte met hem. Natuurlijk ging het over de ster van de avond, over het fan zijn en over de ruim 250 LP’s die hij thuis heeft staan. Toen Orbison het podium betrad sprong mijn vader op en riep: ’Daar is ie!’ Uit volle borst werden alle liedjes die avond meegezongen. Zo had ik hem nog nooit meegemaakt. Klappend, zingend en dolenthousiast als een jonge hond. Dit alles tot groot genoegen van mijn buurman.

De volgende dag lazen we in het NRC een review van het concert. Het stukje tekst beschreef een grote fan die met zijn zoon het concert bezocht. Dat waren dus mijn vader en ik. Het was tevens de laatste keer dat ik Roy Orbsion live aan het werk heb gezien. Ruim een jaar later overleed de beste man aan een hartaanval. Een grote schok, want het was alsof een familielid was heengegaan. De zanger maakte een groot deel uit van het leven van mijn vader en daar heb ik dan ook veel van meegekregen.
In de jaren na zijn dood ben ik me gaan verdiepen in het leven en de muziek van Orbison. Over de successen, de persoonlijke tragedies, zijn vergeten jaren en zijn comeback met de Traveling Wilburys. Er was veel muziek wat ik nog niet eerder had beluisterd, veel verhalen over hem die ik nog niet had gehoord. Wanneer een artiest komt te overlijden, is plotseling  de belangstelling groot voor zijn of haar werk. De cd’s en boeken die verschijnen zijn niet aan te slepen. Zo ook in het geval van Orbison. Voor mensen die niet bekend zijn met relatief onbekende werk, was dit een uitgelezen kans.

De grootste hits van een artiest zijn niet per definitie ook de beste platen. In het geval van Orbsion is dat zeker waar. Eind jaren ’60 was zijn populariteit tanende. Bands als Cream en Pink Floyd waren in opkomst. Zij lieten een ander geluid horen, terwijl Orbison altijd trouw bleef aan zijn eigen stijl. Dat is te prijzen maar dat maakte ook dat het nog decennia zou duren, voordat de muziekwereld hem weer in de armen zou sluiten. In 1968 bracht Orbison het nummer ‘Walk On’ uit. Het lied is geschreven met Bill Dees. Hem heb ik in 2006 overigens nog ontmoet in Nashville. Een bijzonder aardige man. Hij heeft veel hits met Orbison geschreven. Waar deze man was, was ook zijn gitaar. Zelfs de receptioniste van het hotel werd vereerd met een lied, terwijl ze met een rood hoofd achter de balie zat, niet wetende waar ze kijken moest.

Walk On’ wordt gezien door fans als een van Orbisons beste tracks. Vocaal is Orbison hier superieur. De lange uithalen en het begeleidend orkest maken de ballade een waar genot om naar te luisteren. Het is een typisch Orbison nummer, wat past tussen zijn grote hits van enkele jaren eerder. Hij kon het grote publiek met ‘Walk On’  echter niet bereiken en met hem dreigde het in de vergetelheid te raken. Na zijn dood, toen er een stroom van Roy Orbison albums op de markt kwam, leerde ik het liedje kennen. Er zijn overigens meer vergeten diamantjes die hij heeft gemaakt. Maar de afwezigheid van gerichte distributie, promotie en de opkomst van een ander geluid van andere artiesten, maakte dat deze nummers vrijwel zonder spoor verdwenen.‘Walk On’ was die avond niet te horen, tijdens het concert, in Ahoy, Rotterdam.

Het duurde nog even voordat ik het lied zou leren kennen. Eerst moest er namelijk iets ergs gebeuren. Orbison overleed op 6 december, 1988. Hij was slechts 52 jaar geworden. Zoals de tragedies het beste in Orbison naar boven haalde, zo maakte het dat de tragedie van zijn overlijden, ik zijn beste werk heb mogen ontdekken. ‘Walk On’ maakt daar zonder twijfel onderdeel van uit.