Lost in Translation 

Ik moet Lost in Translation inmiddels wel honderd keer hebben gezien en iedere keer probeer ik te begrijpen wat deze film nu zo bijzonder maakt.

Het verhaal is simpel. Twee mensen die hun eigen redenen hebben om in Tokio te verblijven, een stad waarin ze zich verloren voelen en steun verkrijgen bij elkaar die ze niet bij hun partners weten te vinden. De hoofdrolspelers zijn Bob Harris (gespeeld door Bill Murray), een uitgerangeerde acteur in een huwelijk wat onderhevig is aan de nodige slijtage en Charlotte (Scarlett Johansson) die op zoek naar zichzelf en ook al niet tevreden is in haar relatie.
In een bar van het hotel leren ze elkaar kennen (overigens zonder zichzelf voor te stellen) en vanaf dat moment groeien ze meer naar elkaar toe waarin ik me steeds afvraag of het liefde is wat hen bindt of dat ze elkaar louter op sleeptouw nemen in de voor hen buitenaardse wereld waarin alles anders is dan de plek waar ze vandaan komen.

Wat ik sterk vind aan de film is dat er veel dingen zijn om je over te verbazen. Ik probeer als het ware de film te doorgronden, op zoek naar antwoorden die ik nooit zal krijgen omdat die simpelweg die niet worden gegeven. De film laat wat dat betreft veel ruimte over voor eigen invulling. Wat vinden Bill en Charlotte nu echt van elkaar, hoe ziet hun leven er thuis uit en wat fluistert hij in haar oor in de laatste scene? Dat hier alleen maar naar te raden valt is tevens de kracht van de film.
Er zijn geen wilde achtervolging scenes te vinden en vechtpartijen zijn er ook al niet. Maar ondanks de ingetogenheid is wel een zekere mate van spanning tussen Bob en Charlotte die tot de laatste scène in de lucht blijft hangen. De humor in de film is terug te vinden in de tegenstellingen tussen de verschillende culturen en de taalbarrierès. Ik kan genieten van de rol die Bill Murray neerzet. Zonder overdreven te doen weet hij op subtiele manier grappig over te komen. De fijngevoeligheid is alom aanwezig in Lost in Translation, ook al omdat de hoofdrolspelers weinig woorden nodig hebben om elkaar te begrijpen en te steunen. 
Het is een al met al een film die je of heel mooi vindt of juist niet. Voor mij geldt het eerste en de redenen waarom worden me iedere keer bij het zien van de film weer duidelijk. 


First Man

Ruimtevaart is een van de dingen waar ik een bovengemiddelde interesse voor heb.  Ik weet niet hoe het kwam maar de film First Man uit 2018 heb ik nooit in de bioscoop gezien en met terugwerkende kracht vind ik dat best opmerkelijk. Temeer omdat een van de grootste gebeurtenissen uit de geschiedenis van de mensheid een belangrijk onderdeel is van de film: de eerste Apollo maanlanding.

Verder staat het leven van Neil Armstrong (de eerste man op de maan) centraal en het is een bijzonder leven wat me iedere keer weet te raken. Ryan Gosling vertolkt de rol van Armstrong en doet dat op een voortreffelijke manier. De worsteling tussen enerzijds zijn gezinsleven en anderzijds de druk van het presteren bij Nasa wordt overtuigend in beeld gebracht.


Het is mooi om eens de mens achter de ¨First Man¨ te zien, de man die het verdriet van zijn overleden dochter met zich meedroeg, de man die ook een huwelijk te onderhouden had en veel tegenslagen kende tijdens de voorbereidingen van de eerste maanreis. Voor mij kent de film een emotionele apotheose wanneer Armstrong dan eindelijk op het maanoppervlakte staat en zijn dochter eert. Een van de mooiste scènes die ik heb gezien tot nu toe. De technische perfectie, de fraaie visuals en de indrukwekkende maanlanding zijn een lust voor het oog. 
First Man geeft nauwelijks een kijkje in de ziel van Armstrong zelf. Jammer aan de ene kant maar aan de andere kant is het misschien exemplarisch voor de man zelf. Mede daarom zal er een zweem van mystiek blijven hangen rond Armstrong die na zijn ruimteavontuur zich grotendeels onttrokken heeft uit de publiciteit. Zoals Tom Hanks zo voortreffelijk een gezicht gaf aan de film Apollo 13, zo doet Ryan Gosling dat aan First Man.
First Man staat hoog in mijn film top 10. 


De slag om de Schelde

Een van de meest memorabele oorlogsfilms die mij is bijgebleven is ‘The Book Thief’. Een film zo indrukwekkend dat ik deze eigenlijk niet opnieuw wil gaan zien, bang dat het in de tussentijd iets van zijn glans heeft verloren. 

Twee jaar geleden was er ‘1917’, een one-take meesterwerk van regisseur Sam Mendes (“I hoped today would be a good day. Hope is a dangerous thing”). Hoe voortreffelijk de film ook is, toch heeft hij minder indruk gemaakt dan “The Book Thief” al is er kwalitatief weinig op aan te merken.

Terwijl ik dit schrijf ben ik net terug van de bioscoop. Ik ben naar ‘De slag om de Schelde’ geweest. Het is zo’n film waarover ik al veel goede geluiden over had gehoord en dat wekt toch nieuwsgierigheid op, zo werkt dat nu eenmaal. 

En die goede geluiden bleken meer dan terecht, want ook nu had ik weer hetzelfde gevoel als bij ‘The Book Thief’. De verbondenheid die  ik voelde met de hoofdrolspelers was weer aanwezig, terwijl je meekijkt hoe ze de gruwelijkheden van de oorlog ondergaan en daarbij de rol van held op zich nemen. Want dat is dé reden wat mij zo heeft geboeid aan deze film. Hele gewone mensen die tegen wil en dank de taak op zich nemen om te vechten voor familie en geliefden en daarbij hun eigen leven in de waagschaal leggen. Het is vast en zeker vaker op film vastgelegd maar zoals het hier is te zien tegen een mooie achtergrond van ondergelopen weilanden, dijken en dorpjes met klinkerstraten is een echt een genot voor het oog. Het verhaal was gelukkig nergens romantisch, zodat alle clichés over romantiek voor een keer konden worden geparkeerd en het script daardoor goed genoeg bleek om voor waar aan te kunnen nemen. 
Een gedenkwaardig moment was de scene toen de Engelse en Duitse soldaat oog in oog stonden met elkaar en voor de keuze om elkaars leven wel of niet te ontnemen. 

Al met al een van de beste oorlogsfilms die ik heb gezien. Hulde voor regisseur Matthijs van Heijningen jr.